Art. 27 Verordening (EG) nr. 1808/2001, Het binnenbrengen van persoonlijke bezittingen en huisraad in de Gemeenschap

Verordening (EG) nr. 1808/2001

1. De afwijking van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 338/97 voor persoonlijke bezittingen en huisraad uit hoofde van het bepaalde in artikel 7, lid 3, van die verordening geldt niet voor specimens die met winstoogmerk worden gebruikt, worden verkocht, voor commerciële doeleinden worden tentoongesteld, ten verkoop worden gehouden, te koop worden aangeboden of met het oog op verkoop worden vervoerd. Bedoelde afwijking geldt alleen voor specimens, met inbegrip van jachttrofeeën, die deel uitmaken van:

- de persoonlijke bagage van reizigers afkomstig uit derde landen, of

- de persoonlijke bezittingen van natuurlijke personen die, komende vanuit een derde land, hun gewone verblijfplaats kiezen in de Gemeenschap, of

jachttrofeeën die door een reiziger zijn verworven en op een latere datum worden ingevoerd.

2. De afwijking van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 338/97 voor persoonlijke bezittingen en huisraad uit hoofde van het bepaalde in artikel 7, lid 3, van die verordening geldt niet voor specimens van in bijlage A bij die verordening opgenomen soorten die voor het eerst de Gemeenschap worden binnengebracht door een normaal in de Gemeenschap verblijvende persoon of een persoon die daar zijn verblijfplaats vestigt.

3. Voor het voor de eerste keer binnenbrengen in de Gemeenschap, door een gewoonlijk in de Gemeenschap verblijvende persoon, van persoonlijke bezittingen of huisraad, met inbegrip van jachttrofeeën, waarvan specimens van in bijlage B bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten deel uitmaken, is de overlegging van een invoervergunning aan de douane niet vereist indien het origineel van een (weder)uitvoerdocument en een kopie daarvan worden overgelegd. De douanediensten zenden het origineel door zoals bepaald in artikel 19 en geven de afgestempelde kopie aan de houder terug.

4. Voor het opnieuw binnenbrengen in de Gemeenschap, door een gewoonlijk in de Gemeenschap verblijvende persoon, van persoonlijke bezittingen of huisraad, met inbegrip van jachttrofeeën, waarvan specimens van in bijlage A of B bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen soorten deel uitmaken, is de overlegging van een invoervergunning aan de douane niet vereist indien de door de douane geviseerde "kopie voor de aanvrager" (formulier nr. 2) van een eerder gebruikte communautaire invoer- of uitvoervergunning, de kopie van het document bedoeld in lid 3 of een bewijs dat de specimens in de Gemeenschap werden verkregen, wordt overgelegd.

5. In afwijking van het bepaalde in de leden 3 en 4 is voor het binnenbrengen of opnieuw binnenbrengen in de Gemeenschap van de volgende in bijlage B bij Verordening (EG) nr. 338/97 opgenomen producten de overlegging van een invoervergunning of (weder)uitvoervergunning niet vereist:

a) kaviaar van steursoorten (Acipenseriformes spp.) ten belope van een maximumhoeveelheid van 250 g per persoon;

b) ten hoogste drie "rainsticks" van Cactaceae spp. per persoon.