Art. 24
Onverminderd het bepaalde in artikel 25 wordt een specimen van een diersoort uitsluitend beschouwd als zijnde in gevangenschap geboren en gefokt indien ten genoegen van een bevoegde administratieve instantie, welke overleg pleegt met een bevoegde wetenschappelijke autoriteit van de betrokken lidstaat, is aangetoond dat:
a) het een nakomeling is, of bestaat uit een afgeleid product van een nakomeling, die in een gecontroleerd milieu is geboren of op enige andere wijze geteeld, hetzij (in het geval van geslachtelijke voortplanting) als gevolg van de paring of een andere vorm van gametenoverdracht tussen ouderdieren in een gecontroleerd milieu, hetzij (in het geval van ongeslachtelijke voortplanting) uit ouderdieren die zich bij het begin van de ontwikkeling van de nakomeling in een gecontroleerd milieu bevonden;
b) het fokdierenbestand in overeenstemming met de op het moment van verwerving daarop toepasselijke wettelijke bepalingen op een zodanige wijze is gevormd dat het voortbestaan van de betrokken soort in het wild daardoor geen schade heeft ondervonden;
c) het fokdierenbestand zonder toevoeging van aan de natuur onttrokken specimens in stand wordt gehouden, afgezien van de occasionele aanvulling met dieren, eieren of gameten in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke bepalingen en op een zodanige wijze dat het voortbestaan van de betrokken soort in het wild daardoor geen schade ondervindt, en zulks uitsluitend voor de volgende doeleinden:
i) om schadelijke inteelt te voorkomen of te matigen, waarbij de omvang van de aanvulling door de behoefte aan nieuw genetisch materiaal wordt bepaald;
ii) teneinde een bestemming te geven aan verbeurdverklaarde dieren, overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Verordening (EG) nr. 338/97, of
iii) in uitzonderlijke gevallen, om zich daarvan als fokdieren te bedienen;
d) het fokdierenbestand zelf in een gecontroleerd milieu nakomelingen van de tweede of een latere generatie heeft opgeleverd, dan wel wordt beheerd op een wijze waarvan is aangetoond dat daarbij de productie van nakomelingen van de tweede generatie in een gecontroleerd milieu is gewaarborgd.