Art. 5 Verordening (EG) nr. 1392/2001, Afrekeningen van de leveringen
Verordening (EG) nr. 1392/2001
1. Aan het einde van elk in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 3950/92 bedoeld tijdvak stelt de koper voor elke producent een afrekening vast waarin ten minste de hoeveelheid melk en/of melkequivalent die deze hem gedurende het tijdvak heeft geleverd en het desbetreffende vetgehalte worden aangegeven.
Voor een schrikkeljaar wordt de hoeveelheid melk of melkequivalent verminderd met een zestigste van de in de maanden februari en maart geleverde hoeveelheden.
2. De koper deelt jaarlijks vóór 15 mei aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat het overzicht van de afrekeningen van de producenten mee, waarin ten minste de totale hoeveelheid en het gemiddelde vetgehalte van de aan hem geleverde melk en/of melkequivalent is opgenomen, alsmede, indien de lidstaat dit verlangt, voor elke producent de referentiehoeveelheid en het representatieve vetgehalte per producent, de overeenkomstig artikel 4, lid 1, gecorrigeerde hoeveelheid, de som van de individuele referentiehoeveelheden en de gecorrigeerde hoeveelheden waarover deze producenten beschikken en het gemiddelde representatieve vetgehalte dat voor hen geldt.
In voorkomend geval geeft de koper aan dat hij in de betrokken periode geen leveringen heeft ontvangen.
3. Behoudens door de bevoegde autoriteit naar behoren vastgestelde overmacht, is de koper in geval van niet-inachtneming van de in lid 2 bedoelde termijn een bedrag per kalenderdag overschrijding verschuldigd dat gelijk is aan de heffing over een overschrijding met 0,01 % van de hem door de producenten geleverde hoeveelheden melk en melkequivalent. Indien deze hoeveelheden niet bekend zijn doordat er geen aangifte is, mogen zij door de bevoegde autoriteit worden geraamd. Het bedoelde bedrag mag niet minder dan 100 EUR en niet meer dan 100000 EUR bedragen.
4. Indien de aangifte niet vóór 1 juli wordt ingediend, zijn na afloop van een termijn van 30 dagen na de aanmaning door de lidstaat, de in artikel 13, lid 3, vastgestelde sancties van toepassing, behalve in de in lid 4, tweede alinea, van hetzelfde artikel vastgestelde gevallen. Lid 3 van dit artikel blijft gedurende de aanmaningsperiode van toepassing.