Art. 4, Vergelijking van de vetgehalten

1. Om de in artikel 5 bedoelde eindafrekening van de heffing op te stellen, wordt voor elke producent het gemiddelde vetgehalte van de door hem geleverde melk en/of melkequivalenten vergeleken met het representatieve vetgehalte waarover hij beschikt.

Indien een positief verschil wordt geconstateerd, wordt de geleverde hoeveelheid melk of melkequivalent verhoogd met 0,18 % voor elke 0,1 gram melkvet meer per kilogram melk.

Indien een negatief verschil wordt geconstateerd, wordt de geleverde hoeveelheid melk of melkequivalent verminderd met 0,18 % voor elke 0,1 gram melkvet minder per kilogram melk.

Indien de geleverde hoeveelheid melk in liters wordt uitgedrukt, wordt op de aanpassing van 0,18 % per 0,1 gram melkvet de coëfficiënt 0,971 toegepast.

2. Indien de totale leveringen in een lidstaat groter zijn dan de overeenkomstig lid 1 gecorrigeerde hoeveelheid, is de heffing verschuldigd over het verschil tussen de totale leveringen en de referentiehoeveelheid voor leveringen waarover de lidstaat beschikt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen