Art. 7 Richtlijn 2000/29/EG
1. Wanneer op grond van het in artikel 6, leden 1 en 3, voorgeschreven onderzoek kan worden aangenomen dat aan de in dat artikel genoemde voorwaarden is voldaan, kan een fytosanitair certificaat van het in bijlage VII, deel A, opgenomen model worden afgegeven, dat is opgesteld in ten minste één van de officiële talen van de Gemeenschap en dat, behalve voor wat de stempel en de ondertekening betreft, volledig in hoofdletters of volledig in machineschrift is ingevuld, bij voorkeur in één van de officiële talen van de lidstaat van bestemming.
De botanische benaming van de planten wordt in Latijnse letters aangegeven. Niet gecertificeerde wijziging of uitwisseling heeft nietigheid van het certificaat tot gevolg. Eventuele afschriften van dit certificaat worden alleen afgegeven met de gedrukte of gestempelde vermelding "kopie" of "duplicaat".
2. De lidstaten schrijven voor dat de in bijlage V, deel A, genoemde planten, plantaardige producten en andere materialen slechts op het grondgebied van een andere lidstaat mogen worden binnengebracht, indien zij vergezeld gaan van een overeenkomstig lid 1 afgegeven fytosanitair certificaat. Het fytosanitaire certificaat mag niet meer dan 14 dagen vóór de datum waarop de planten, plantaardige producten en andere materialen de lidstaat van verzending verlaten, worden opgesteld.
3. De door de lidstaten uit hoofde van artikel 6, lid 3, voorzover het zaad betreft als bedoeld in bijlage IV, deel B, en van artikel 6, lid 4, te treffen maatregelen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 17, uiterlijk op 31 december 1991.