Art. 3 Richtlijn 2000/29/EG
1. De lidstaten schrijven voor dat de in bijlage I, deel A, genoemde schadelijke organismen niet op hun grondgebied mogen worden binnengebracht.
2. De lidstaten schrijven voor dat de in bijlage II, deel A, genoemde planten of plantaardige producten niet op hun grondgebied mogen worden binnengebracht, indien zij zijn aangetast door de schadelijke organismen die daarbij in dat deel van die bijlage worden genoemd.
3. De leden 1 en 2 zijn, onder voorwaarden die overeenkomstig de procedure van artikel 17 kunnen worden vastgesteld, niet van toepassing bij een lichte aantasting van andere dan voor opplant bestemde planten door in bijlage I, deel A, of in bijlage II, deel A, vermelde schadelijke organismen die tevoren zijn vastgesteld in overeenstemming met de autoriteiten die de lidstaten op fytosanitair gebied vertegenwoordigen.
4. De lidstaten schrijven voor dat de leden 1 en 2 met ingang van 1 juni 1993 ook van toepassing zijn op de verspreiding van de betrokken schadelijke organismen via wegen die verband houden met het verkeer van planten, plantaardige producten of andere materialen binnen het grondgebied van een lidstaat.
5. De lidstaten schrijven voor dat vanaf 1 juni 1993:
a) de in bijlage I, deel B, genoemde schadelijke organismen;
b) de in bijlage II, deel B, genoemde planten en plantaardige producten, indien deze door de in die rubriek genoemde relevante schadelijke organismen zijn aangetast,
niet in de desbetreffende beschermde gebieden mogen worden binnengebracht of verspreid.
6. Volgens de procedure van artikel 18 worden:
a) de in de bijlagen I en II genoemde schadelijke organismen als volgt ingedeeld:
- organismen waarvan niet bekend is of zij in enig deel van de Gemeenschap worden aangetroffen en die voor de gehele Gemeenschap relevant zijn; deze worden opgenomen in bijlage I, deel A, rubriek I, respectievelijk in bijlage II, deel A, rubriek II;
- organismen waarvan bekend is dat zij in de gehele Gemeenschap worden aangetroffen maar waarvan de aanwezigheid endemisch noch geconstateerd is en die voor de gehele Gemeenschap relevant zijn; deze worden opgenomen in bijlage I, deel A, rubriek II, respectievelijk in bijlage II, deel A, rubriek II;
- andere organismen; deze worden opgenomen in bijlage I, deel B, respectievelijk in bijlage II, deel B, samen met het beschermde gebied waarvoor zij relevant zijn;
b) schadelijke organismen geschrapt, die in één of meer delen van de Gemeenschap endemisch zijn of geconstateerd, behalve die welke bedoeld zijn onder a), tweede en derde streepje;
c) de titels van de bijlagen I en II en de verschillende delen en rubrieken daarvan aan de punten a) en b) aangepast.
7. Volgens de procedure van artikel 18 kan worden besloten dat de lidstaten voorschrijven dat:
a) het binnenbrengen of verspreiden op hun grondgebied van nader omschreven, al dan niet geïsoleerde organismen die als schadelijk voor planten of plantaardige producten worden beschouwd doch niet in de bijlagen I en II zijn opgenomen, verboden is of daarvoor een speciale vergunning is vereist die onder volgens diezelfde procedure te specificeren voorwaarden wordt verstrekt;
b) het binnenbrengen of verspreiden op hun grondgebied van nader omschreven organismen die in bijlage II zijn opgenomen, maar voorkomen op andere dan de in die bijlage genoemde planten, en die als schadelijk voor planten en plantaardige producten worden beschouwd, verboden is of daarvoor een speciale vergunning is vereist die onder volgens diezelfde procedure te specificeren woorwaarden wordt verstrekt;
c) het binnenbrengen of verspreiden op hun grondgebied van nader omschreven, in de bijlagen I en II opgenomen, geïsoleerde organismen, die als schadelijk voor planten en plantaardige producten worden beschouwd, verboden is of daarvoor een speciale vergunning is vereist die onder volgens diezelfde procedure te specificeren voorwaarden wordt verstrekt.
De eerste alinea is eveneens van toepassing op deze organismen indien zij niet onder Richtlijn 90/220/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde micro-organismen in het milieu(8) of onder andere, bijzondere Gemeenschapsbepalingen inzake genetisch gemodificeerde organismen vallen.
Overeenkomstig de voorwaarden die volgens de procedure van artikel 18 worden vastgesteld, gelden de leden 1 en 5, onder a), en de leden 2 en 5, onder b), en lid 4 niet voor proefnemingen of wetenschappelijke doeleinden en voor selectiewerkzaamheden.
Nadat de in de eerste alinea bedoelde maatregelen zijn vastgesteld, gelden die punten, overeenkomstig de voorwaarden die volgens de procedure van artikel 18 worden vastgesteld, niet voor proefnemingen of wetenschappelijke doeleinden en voor selectiewerkzaamheden.