Art. 44 Verordening (EG) nr. 1750/1999
Verordening (EG) nr. 1750/1999
1. Bij de evaluaties halverwege de looptijd en bij de evaluaties achteraf wordt aandacht besteed aan de vragen die voor het betrokken programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling specifiek zijn, en aan de gemeenschappelijke evaluatievragen die op communautair niveau relevant zijn. Deze laatste vragen hebben onder meer betrekking op de levensomstandigheden en op de structuur van de plattelandsbevolking, op de werkgelegenheid en de inkomsten uit activiteiten op en buiten landbouwbedrijven, op de landbouwstructuur, de landbouwproducten, kwaliteitsaspecten, het concurrentievermogen, de bosbestanden en op het milieu. Indien een gemeenschappelijke evaluatievraag voor een bepaald programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling als ongeëigend wordt beschouwd, moet zulks worden aangetoond.
2. De evaluatie halverwege de looptijd heeft, naast de behandeling van de evaluatievragen, in het bijzonder ook betrekking op de eerste resultaten, op de relevantie van deze resultaten en op de coherentie ervan met het programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling alsmede op de mate waarin de streefniveaus zijn bereikt. Ook worden bij deze evaluatie de aanwending van de financiële middelen en het verloop van het toezicht en van de tenuitvoerlegging beoordeeld.
De evaluatie achteraf behelst, naast de beantwoording van de evaluatievragen, in het bijzonder een onderzoek naar de aanwending van de middelen en naar de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de effecten van de bijstandsverlening en daarin worden voorts conclusies getrokken met betrekking tot het beleid inzake plattelandsontwikkeling, waaronder begrepen de bijdragen van dit beleid tot het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
3. De evaluaties halverwege de looptijd en de evaluaties achteraf worden in overleg met de Commissie uitgevoerd, onder de verantwoordelijkheid van de autoriteit die voor het beheer van de programmering voor plattelandsontwikkeling verantwoordelijk is.
4. De kwaliteit van de afzonderlijke evaluaties wordt door de autoriteit die voor het beheer van het programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling verantwoordelijk is, door het toezichtscomité, indien dit bestaat, en door de Commissie met gebruikmaking van erkende methoden beoordeeld. De resultaten van de evaluaties worden aan het publiek ter beschikking gesteld.