Art. 41 Verordening (EG) nr. 1750/1999

Verordening (EG) nr. 1750/1999

De jaarlijkse voortgangsverslagen krachtens artikel 48, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 worden jaarlijks uiterlijk op 30 april bij de Commissie ingediend en bestrijken het voorafgaande kalenderjaar. Ieder voortgangsverslag bevat de volgende gegevens:

a) eventuele wijzigingen van de algemene voorwaarden die voor de uitvoering van het bijstandspakket relevant zijn, met name de voornaamste sociaal-economische ontwikkelingen of wijzigingen in nationale, regionale of sectoriële beleidsmaatregelen;

b) de voortgang bij de uitvoering van de maatregelen en prioriteiten in het licht van de operationele en specifieke doelstellingen ervan, uitgedrukt in kwantitatieve indicatoren;

c) de door de beheersautoriteit en door het toezichtscomité, indien dit bestaat, getroffen voorzieningen om de hoge kwaliteit en de daadwerkelijke tenuitvoerlegging te waarborgen, in het bijzonder met betrekking tot:

i) de maatregelen op het gebied van toezicht, financiële controle en evaluatie, met inbegrip van regelingen voor gegevensverzameling;

ii) een beknopt overzicht van de problemen van betekenis die bij het beheer van de bijstand werden ondervonden, en van eventuele ondernomen stappen;

d) de maatregelen die zijn genomen om overeenstemming met andere takken van Gemeenschapsbeleid te waarborgen.

De in de eerste alinea, onder b), bedoelde indicatoren volgen, voorzover mogelijk, een door de Commissie te geven aanbeveling voor gemeenschappelijke indicatoren. Waar aanvullende indicatoren nodig zijn om een doeltreffend toezicht te verkrijgen op de voortgang ten aanzien van de doelstellingen van de programmeringsdocumenten voor plattelandsontwikkeling, dienen ook deze indicatoren te worden geïntegreerd.