Art. 47 Verordening (EG) nr. 1750/1999
Verordening (EG) nr. 1750/1999
1. De aanvankelijke aanvragen om toetreding tot een regeling en de daaropvolgende betalingsaanvragen worden zodanig gecontroleerd dat een daadwerkelijke verificatie van de naleving van de voorwaarden voor de toekenning van de steun wordt gewaarborgd. Rekening houdend met de aard van de steunmaatregel bepalen de lidstaten de methoden en middelen die voor de controle ervan worden gebruikt en de personen die aan controle worden onderworpen. In de geëigende gevallen maken de lidstaten gebruik van het bij Verordening (EEG) nr. 3508/92 ingestelde geïntegreerde beheers- en controlesysteem.
2. De controles geschieden door middel van administratieve controles en door controles ter plaatse.
3. De administratieve controles betreffen alle aanvragen en omvatten kruiscontroles inzake landoppervlakten en het veebestand waarop een steunmaatregel betrekking heeft, onder meer door vergelijking, in de daartoe geëigende gevallen, met de gegevens van het geïntegreerde, beheers- en controlesysteem om alle ongerechtvaardigde steunbetalingen te voorkomen. Ook dient de nakoming van langlopende verbintenissen te worden gecontroleerd.
4. De controles ter plaatse geschieden overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van Verordening (EEG) nr. 3887/92. Zij betreffen elk jaar een steekproef van ten minste 5 % van de begunstigden, welke steekproef alle verschillende soorten in de programmeringsdocumenten opgenomen steunmaatregelen bestrijkt.
De controles ter plaatse geschieden gespreid over het jaar overeenkomstig een risicoanalyse die in elke maatregel voor plattelandsontwikkeling is opgenomen. Elke verbintenis en verplichting van een begunstigde waarvan controle op het tijdstip van het bezoek mogelijk is, vormt het voorwerp van controle.