Art. 39 Verordening (EG) nr. 1750/1999
Verordening (EG) nr. 1750/1999
1. Voor elke lidstaat worden de voor een gegeven begrotingsjaar gedeclareerde uitgaven gefinancierd tot de overeenkomstig artikel 37, lid 1, onder b), aan de Commissie meegedeelde bedragen die door de op de begroting voor het betrokken begrotingsjaar uitgetrokken kredieten worden gedekt.
2. Indien de werkelijke uitgaven van een lidstaat voor een gegeven begrotingsjaar groter zijn dan de overeenkomstig artikel 37, lid 1, onder b) meegedeelde bedragen, zal het teveel aan uitgaven in dat begrotingsjaar op een proratabasis worden geboekt tot het beloop van de kredieten die beschikbaar blijven nadat de uitgaven van de overige lidstaten zijn vergoed.
3. In het geval dat de werkelijke uitgaven van een lidstaat voor een gegeven begrotingsjaar lager zijn dan 75 % van de in lid 1 bedoelde bedragen, worden de voor het volgende begrotingsjaar te erkennen uitgaven verminderd met een derde van het verschil tussen deze drempel en de in de loop van dat begrotingsjaar geconstateerde werkelijke uitgaven.
Bij de vaststelling van de werkelijke uitgaven in het begrotingsjaar dat volgt op dat waarin de vermindering werd toegepast, wordt met deze vermindering geen rekening gehouden.
4. Lid 3 is niet van toepassing op de eerste declaratie van uitgaven uit hoofde van het programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling.