Art. 45 Verordening (EG) nr. 1750/1999
Verordening (EG) nr. 1750/1999
1. Uiterlijk op 31 december 2003 wordt bij de Commissie een verslag ingediend over de evaluatie halverwege de looptijd. De autoriteit die voor het beheer van het programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling verantwoordelijk is, informeert de Commissie over de follow-up van de in dit evaluatieverslag vervatte aanbevelingen. Na ontvangst van de afzonderlijke evaluatieverslagen stelt de Commissie een synthese op communautair niveau op. Zo nodig wordt uiterlijk op 31 december 2005 een bijwerking van de evaluatie halverwege de looptijd afgerond.
2. Uiterlijk twee jaar na afloop van de programmeringsperiode wordt bij de Commissie een verslag ingediend over de evaluatie achteraf. Na ontvangst van de afzonderlijke evaluatieverslagen en binnen drie jaar na afloop van de programmeringsperiode stelt de Commissie een synthese op communautair niveau op.
3. In de evaluatieverslagen wordt uiteengezet welke methodologieën zijn toegepast, met inbegrip van de implicaties voor de kwaliteit van de gegevens en de bevindingen. Die verslagen bevatten tevens een beschrijving van de context en van de inhoud van het programma, financiële informatie, de antwoorden, met inbegrip van de gebruikte indicatoren, op de gemeenschappelijke evaluatievragen en op de, op nationaal of regionaal niveau geformuleerde evaluatievragen, alsmede conclusies en aanbevelingen. De structuur van de evaluatieverslagen moet zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met een door de Commissie te verstrekken aanbeveling voor een gemeenschappelijke structuur ervan.