Art. 46 Verordening (EG) nr. 1750/1999
Verordening (EG) nr. 1750/1999
1. In aanvragen om op oppervlakten of op dieren betrekking hebbende steun voor plattelandsontwikkeling die gescheiden van steunaanvragen als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 3887/92 worden ingediend, worden alle oppervlakten en alle dieren van het bedrijf vermeld die voor de controle van de aanvragen uit hoofde van de betrokken maatregel van belang zijn, met inbegrip van die waarvoor geen steun wordt gevraagd.
2. Indien een steunmaatregel op het gebied van plattelandsontwikkeling op oppervlakten betrekking heeft, worden daarin individueel geïdentificeerde percelen genoemd. Tijdens de looptijd van een verbintenis mogen percelen waarvoor steun wordt verleend, niet door andere worden vervangen, tenzij in het programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling anders bepaald.
3. Wanneer de betalingsaanvraag wordt opgenomen in een steunaanvraag "oppervlakten" in het geïntegreerde beheers- en controlesysteem, draagt de lidstaat ervoor zorg dat percelen waarvoor steun voor plattelandsontwikkeling wordt gevraagd, in de steunaanvraag "oppervlakten" in het kader van het geïntegreerde beheers- en controlesysteem afzonderlijk worden vermeld.
4. Landoppervlakten en dieren worden overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 3508/92 geïdentificeerd.