Art. 6 Richtlijn 95/18/EG

Richtlijn 95/18/EG

De Lid-Staten stellen de voorwaarden vast waaronder aan het vereiste inzake goede naam is voldaan, teneinde te waarborgen dat de vergunningaanvragende spoorwegonderneming of de bestuurders ervan:

- niet zijn veroordeeld wegens ernstige strafbare feiten, met inbegrip van handelsdelicten;

- niet failliet zijn verklaard;

- niet zijn veroordeeld wegens ernstige inbreuken op specifieke wettelijke bepalingen op het gebied van het vervoer;

- niet zijn veroordeeld wegens ernstige of herhaalde inbreuken op uit het sociaal recht of het arbeidsrecht voortvloeiende verplichtingen, met inbegrip van verplichtingen uit hoofde van de wetten inzake arbeidsbescherming.