Art. 10 Richtlijn 95/18/EG
1. Een vergunning blijft geldig zolang de spoorwegonderneming aan de in deze richtlijn vervatte verplichtingen voldoet. De vergunningverlenende autoriteiten kunnen evenwel bepalen dat de vergunning ten minste om de vijf jaar aan een nieuw onderzoek wordt onderworpen.
2. Bijzondere bepalingen betreffende het schorsen of intrekken van de vergunning kunnen in de vergunning zelf zijn vervat.