Art. 4 Richtlijn 95/18/EG

Richtlijn 95/18/EG

1. Spoorwegondernemingen hebben het recht een vergunning aan te vragen in de Lid-Staat waar zij gevestigd zijn.

2. De Lid-Staten verlenen noch verlengen een vergunning wanneer niet aan de voorwaarden van deze richtlijn is voldaan.

3. Spoorwegondernemingen die aan de voorwaarden van deze richtlijn voldoen, zijn gerechtigd een vergunning te ontvangen.

4. Spoorwegondernemingen zijn niet gemachtigd onder deze richtlijn vallende spoorwegvervoerdiensten te verrichten, tenzij zij daartoe over de gepaste vergunning beschikken.

Deze vergunning op zich geeft evenwel geen toegang tot de spoorweginfrastructuur.