Art. 1 Richtlijn 95/18/EG
1. Deze richtlijn betreft de criteria voor de verlening, de verlenging of de wijziging van vergunningen, door een Lid-Staat, aan spoorwegondernemingen die in de Gemeenschap gevestigd zijn of zich daar zullen vestigen wanneer zij diensten als bedoeld in en onder de voorwaarden van artikel 10 van Richtlijn 91/440/EEG verrichten.
2. Deze richtlijn is niet van toepassing op spoorwegondernemingen die enkel stads- en voorstadsvervoerdiensten of regionale vervoerdiensten verrichten.
Spoorwegondernemingen en internationale samenwerkingsverbanden waarvan de activiteiten beperkt zijn tot het verrichten van pendeldiensten voor wegvoertuigen door de Kanaaltunnel, zijn eveneens uitgesloten van de werkingssfeer van deze richtlijn.
3. De vergunning geldt voor het gehele grondgebied van de Gemeenschap.