Art. 2 Verordening (EG) nr. 3284/94

Verordening (EG) nr. 3284/94

Definitie van een subsidie Van subsidiëring wordt geacht sprake te zijn indien:

1. a) de overheid (als omschreven in artikel 1, lid 3) op het grondgebied van het land van oorsprong of uitvoer een financiële bijdrage levert, dat wil zeggen, wanneer i) een overheidspraktijk een directe overdracht van middelen (bij voorbeeld schenkingen, leningen, inbreng van kapitaal), een mogelijke directe overdracht van middelen of een verbintenis (bij voorbeeld het garanderen van een lening) inhoudt;

ii) een overheid afstand doet van inkomsten die haar normaal toekomen of deze niet int, bij voorbeeld belastingmaatregelen zoals belastingkredieten; in dit verband wordt de vrijstelling, ten behoeve van een exportprodukt, van rechten en belastingen die worden geheven op het soortgelijke produkt dat voor binnenlands gebruik is bestemd, of de terugbetaling of kwijtschelding van deze rechten en belastingen voor bedragen die niet hoger zijn dan de gestorte of verschuldigde bedragen, niet als een subsidie beschouwd, mits voldaan wordt aan de bepalingen van de bijlagen I, II en III bij deze verordening;

iii) een overheid andere goederen of diensten levert dan de algemene infrastructuur of goederen aankoopt;

iv) een overheid - betalingen verricht aan een financieringsmechanisme, of - indien zij een particulier orgaan met één of meer van de onder i) tot en met iii) genoemde soorten functies belast die zij normalerwijze zelf vervult, en de praktijk in werkelijkheid niet afwijkt van praktijken die overheden normalerwijze volgen; of b) er sprake is van enige vorm van bescherming van inkomen of steun aan prijzen in de zin van artikel XVI van de GATT 1994;

2. hierdoor een voordeel wordt toegekend.

Vorige artikelen

Volgende artikelen