Art. 6 Verordening (EG) nr. 3093/94, Vergunning voor de invoer uit derde landen
1. Gereguleerde stoffen mogen uitsluitend op vertoon van een invoervergunning in de Gemeenschap in het vrije verkeer worden gebracht of actieve veredeling ondergaan, ongeacht of zij nieuw geproduceerd, teruggewonnen of geregenereerd zijn. Die vergunningen worden door de Commissie verleend, nadat is gecontroleerd of aan de artikelen 6, 7, 8 en 12 is voldaan. De Commissie zendt een afschrift van iedere vergunning aan de bevoegde instantie van de Lid-Staat waarin de betrokken stoffen worden ingevoerd. Elke Lid-Staat wijst hiertoe een bevoegde instantie aan.
2. In een aanvraag voor een vergunning worden vermeld:
a) naam en adres van de importeur en de exporteur;
b) land van uitvoer;
c) een omschrijving van elke gereguleerde stof met vermelding van:
- de handelsbenaming,
- de post en de GN-code,
- de aard van de stof (nieuw geproduceerd, teruggewonnen of geregenereerd),
- de hoeveelheid van de stof, uitgedrukt in kilogram;
d) het doel van de voorgenomen invoer (vernietiging met behulp van door de partijen goedgekeurde technieken, recycling, gebruik als grondstof of ander gebruik van de gereguleerde stof);
e) indien bekend de plaats en datum van de voorgenomen invoer.
3. De Commissie kan een certificaat verlangen omtrent de aard van de in te voeren stoffen.