Art. 3 Verordening (EG) nr. 3093/94, Beheersing van de produktie van gereguleerde stoffen
1. Onverminderd de leden 8 tot en met 12 draagt elke producent er zorg voor dat:
- het berekende niveau van zijn produktie van chloorfluorkoolstoffen in de periode van 1 januari tot en met 31 december 1994 niet hoger is dan 15 % van het berekende niveau van zijn produktie van chloorfluorkoolstoffen in 1986;
- hij na 31 december 1994 geen chloorfluorkoolstoffen produceert.
Onverminderd de leden 8 tot en met 12 draagt elke producent in een Lid-Staat, waarin het berekende niveau van de produktie van chloorfluorkoolstoffen in 1986 minder dan 15 000 ton bedroeg, er evenwel zorg voor dat:
- het berekende niveau van zijn produktie van chloorfluorkoolstoffen in de periode van 1 januari tot en met 31 december 1994 en in de daarop aansluitende periode van twaalf maanden niet hoger is dan 15 % van het berekende niveau van zijn produktie van chloorfluorkoolstoffen in 1986;
- hij na 31 december 1995 geen chloorfluorkoolstoffen produceert.
In het licht van de voordrachten van de Lid-Staten bepaalt de Commissie elk jaar volgens de procedure van artikel 16 aan de hand van de criteria die de partijen bij het Protocol van Montreal in besluit IV/25 hebben vastgesteld, voor welke essentiële toepassingen de produktie en de invoer van chloorfluorkoolstoffen na 31 december 1994 in de Gemeenschap kunnen worden toegestaan en welke gebruikers in aanmerking komen voor dergelijke essentiële toepassingen voor eigen rekening. Deze produktie en invoer worden slechts toegestaan, indien er van geen van de partijen bij het Protocol passende alternatieven of gerecycleerde chloorfluorkoolstoffen te verkrijgen zijn.
De Commissie geeft vergunningen af aan de gebruikers die op grond van de derde alinea zijn bepaald, en deelt hun mede voor welke toepassing de vergunning geldt, alsmede welke stoffen zij mogen gebruiken en in welke hoeveelheden.
Een producent kan van de bevoegde instantie van de Lid-Staat waarin zijn betrokken produktie plaatsvindt toestemming krijgen om na 31 december 1994 chloorfluorkoolstoffen te produceren om te voldoen aan de vraag van volgens de derde alinea bepaalde gebruikers waarvoor vergunning is verleend. De bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat stelt de Commissie van tevoren in kennis van een dergelijke toestemming.
2. Onverminderd de leden 8 tot en met 12 draagt elke producent er zorg voor dat:
- het berekende niveau van zijn produktie van andere volledig gehalogeneerde chloorfluorkoolstoffen in de periode van 1 januari tot en met 31 december 1994 niet hoger is dan 15 % van het berekende niveau van zijn produktie van andere volledig gehalogeneerde chloorfluorkoolstoffen in 1989;
- hij na 31 december 1994 geen andere volledig gehalogeneerde chloorfluorkoolstoffen produceert.
In het licht van de voordrachten van de Lid-Staten bepaalt de Commissie elk jaar volgens de procedure van artikel 16 aan de hand van de criteria die de partijen bij het Protocol van Montreal in besluit IV/25 hebben vastgesteld, voor welke essentiële toepassingen de produktie en de invoer van andere volledig gehalogeneerde chloorfluorkoolstoffen na 31 december 1994 in de Gemeenschap kunnen worden toegestaan en welke gebruikers in aanmerking komen voor dergelijke essentiële toepassingen voor eigen rekening. Deze produktie en invoer worden slechts toegestaan, indien er van geen van de partijen bij het Protocol passende alternatieven of gerecycleerde andere volledig gehalogeneerde chloorfluorkoolstoffen te verkrijgen zijn.
De Commissie geeft vergunningen af aan de gebruikers die op grond van de tweede alinea zijn bepaald, en deelt hun mede voor welke toepassing de vergunning geldt, alsmede welke stoffen zij mogen gebruiken en in welke hoeveelheden.
Een producent kan van de bevoegde instantie van de Lid-Staat waarin zijn betrokken produktie plaatsvindt toestemming krijgen om na 31 december 1994 andere volledig gehalogeneerde chloorfluorkoolstoffen te produceren om te voldoen aan de vraag van volgens de tweede alinea bepaalde gebruikers waarvoor vergunning is verleend. De bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat stelt de Commissie van tevoren in kennis van een dergelijke toestemming.
3. Onverminderd de leden 8 tot en met 12 draagt elke producent er zorg voor dat hij na 31 december 1993 geen halonen produceert.
In het licht van de voordrachten van de Lid-Staten bepaalt de Commissie elk jaar volgens de procedure van artikel 16 aan de hand van de criteria die de partijen bij het Protocol van Montreal in besluit IV/25 hebben vastgesteld, voor welke essentiële toepassingen de produktie en de invoer van halonen na 31 december 1993 in de Gemeenschap kunnen worden toegestaan en welke gebruikers in aanmerking komen voor dergelijke essentiële toepassingen voor eigen rekening. Deze produktie en invoer worden slechts toegestaan, indien er van geen van de partijen bij het Protocol passende alternatieven of gerecycleerde halonen te verkrijgen zijn.
De Commissie geeft vergunningen af aan de gebruikers die op grond van de tweede alinea zijn bepaald, en deelt hun mede voor welke toepassing de vergunning geldt, alsmede welke stoffen zij mogen gebruiken en in welke hoeveelheden.
Een producent kan van de bevoegde instantie van de Lid-Staat waarin zijn betrokken produktie plaatsvindt toestemming krijgen om na 31 december 1993 halonen te produceren om te voldoen aan de vraag van volgens de tweede alinea bepaalde gebruikers waarvoor vergunning is verleend. De bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat stelt de Commissie van tevoren in kennis van een dergelijke toestemming.
4. Onverminderd de leden 8 tot en met 12 draagt elke producent er zorg voor dat:
- het berekende niveau van zijn produktie van tetrachloorkoolstof in de periode van 1 januari tot en met 31 december 1994 niet hoger is dan 15 % van het berekende niveau van zijn produktie van tetrachloorkoolstof in 1989;
- hij na 31 december 1994 geen tetrachloorkoolstof produceert.
In het licht van de voordrachten van de Lid-Staten bepaalt de Commissie elk jaar volgens de procedure van artikel 16 aan de hand van de criteria die de partijen bij het Protocol van Montreal in besluit IV/25 hebben vastgesteld, voor welke essentiële toepassingen de produktie en de invoer van tetrachloorkoolstof na 31 december 1994 in de Gemeenschap kunnen worden toegestaan en welke gebruikers in aanmerking komen voor dergelijke essentiële toepassingen voor eigen rekening. Deze produktie en invoer worden slechts toegestaan, indien er van geen van de partijen bij het Protocol passende alternatieven of gerecycleerde tetrachloorkoolstof te verkrijgen zijn.
De Commissie geeft vergunningen af aan de gebruikers die op grond van de tweede alinea zijn bepaald, en deelt hun mede voor welke toepassing de vergunning geldt, alsmede welke stoffen zij mogen gebruiken en in welke hoeveelheden.
Een producent kan van de bevoegde instantie van de Lid-Staat waarin zijn betrokken produktie plaatsvindt toestemming krijgen om na 31 december 1994 tetrachloorkoolstof te produceren om te voldoen aan de vraag van volgens de tweede alinea bepaalde gebruikers waarvoor vergunning is verleend. De bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat stelt de Commissie van tevoren in kennis van een dergelijke toestemming.
5. Onverminderd de leden 8 tot en met 12 draagt elke producent er zorg voor dat:
- het berekende niveau van zijn produktie van 1,1,1-trichloorethaan in de periode van 1 januari tot en met 31 december 1994 en in de daarop aansluitende periode van twaalf maanden niet hoger is dan 50 % van het berekende niveau van zijn produktie van 1,1,1-trichloorethaan in 1989;
- hij na 31 december 1995 geen 1,1,1-trichloorethaan produceert.
In het licht van de voordrachten van de Lid-Staten bepaalt de Commissie elk jaar volgens de procedure van artikel 16 aan de hand van de criteria die de partijen bij het Protocol van Montreal in besluit IV/25 hebben vastgesteld, voor welke essentiële toepassingen de produktie en de invoer van 1,1,1-trichloorethaan na 31 december 1995 in de Gemeenschap kunnen worden toegestaan en welke gebruikers in aanmerking komen voor dergelijke essentiële toepassingen voor eigen rekening. Deze produktie en invoer worden slechts toegestaan, indien er van geen van de partijen bij het Protocol passende alternatieven of gerecycleerde 1,1,1-trichloorethaan te verkrijgen zijn.
De Commissie geeft vergunningen af aan de gebruikers die op grond van de tweede alinea zijn bepaald, en deelt hun mede voor welke toepassing de vergunning geldt, alsmede welke stoffen zij mogen gebruiken en in welke hoeveelheden.
Een producent kan van de bevoegde instantie van de Lid-Staat waarin zijn betrokken produktie plaatsvindt toestemming krijgen om na 31 december 1995 1,1,1-trichloorethaan te produceren om te voldoen aan de vraag van volgens de tweede alinea bepaalde gebruikers waarvoor vergunning is verleend. De bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat stelt de Commissie van tevoren in kennis van een dergelijke toestemming.
6. Onverminderd de leden 8 tot en met 12 draagt elke producent er zorg voor dat:
- het berekende niveau van zijn produktie van methylbromide in de periode van 1 januari tot en met 31 december 1995 en in elke periode van twaalf maanden daarna niet hoger is dan het berekende niveau van zijn produktie van methylbromide in 1991;
- het berekende niveau van zijn produktie van methylbromide in de periode van 1 januari tot en met 31 december 1998 en in elke periode van twaalf maanden daarna niet hoger is dan 75 % van het berekende niveau van zijn produktie van methylbromide in 1991.
Het berekende niveau van het methylbromide dat iedere producent krachtens dit lid produceert, omvat niet de hoeveelheid die hij produceert voor quarantainedoeleinden of voor toepassingen voor het vervoer.
7. Onverminderd de leden 10 tot en met 12 draagt elke producent er zorg voor dat hij na 31 december 1995 geen broomfluorkoolwaterstoffen produceert.
In het licht van de voordrachten van de Lid-Staten bepaalt de Commissie elk jaar volgens de procedure van artikel 16 aan de hand van de criteria die de partijen bij het Protocol van Montreal in besluit IV/25 hebben vastgesteld, voor welke essentiële toepassingen de produktie en de invoer van broomfluorkoolwaterstoffen na 31 december 1995 in de Gemeenschap kunnen worden toegestaan en welke gebruikers in aanmerking komen voor dergelijke essentiële toepassingen voor eigen rekening. Deze produktie en invoer worden slechts toegestaan, indien er van geen van de partijen bij het Protocol passende alternatieven of gerecycleerde broomfluorkoolwaterstoffen te verkrijgen zijn.
De Commissie geeft vergunningen af aan de gebruikers die op grond van de tweede alinea zijn bepaald, en deelt hun mede voor welke toepassing de vergunning geldt, alsmede welke stoffen zij mogen gebruiken en in welke hoeveelheden.
Een producent kan van de bevoegde instantie van de Lid-Staat waarin zijn betrokken produktie plaatsvindt toestemming krijgen om na 31 december 1995 broomfluorkoolwaterstoffen te produceren om te voldoen aan de vraag van volgens de tweede alinea bepaalde gebruikers waarvoor vergunning is verleend. De bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat stelt de Commissie van tevoren in kennis van een dergelijke toestemming.
8. Voor zover het Protocol dit toelaat, kan een producent van de bevoegde instantie van de Lid-Staat waarin de betrokken produktie plaatsvindt toestemming krijgen om de in de leden 1 tot en met 6 vastgestelde berekende niveaus van zijn produktie te overschrijden om te voorzien in de fundamentele binnenlandse behoeften van de onder de werking van artikel 5 van het Protocol vallende partijen, mits de extra berekende niveaus van de produktie van de betrokken Lid-Staat de voor dat doel bij de artikelen 2 A tot en met 2 E en 2 H van het Protocol voor de betrokken perioden toegestane niveaus niet overschrijden. De bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat stelt de Commissie van tevoren in kennis van een dergelijke toestemming.
9. Voor zover het Protocol dit toelaat, kan een producent van de bevoegde instantie van de Lid-Staat waarin de betrokken produktie plaatsvindt toestemming krijgen om de in de leden 1 tot en met 5 en 7 vastgestelde berekende niveaus van zijn produktie te overschrijden, teneinde op verzoek van partijen te voldoen aan hun essentiële toepassingen. De bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat stelt de Commissie van tevoren in kennis van een dergelijke toestemming.
10. Voor zover het Protocol dit toelaat, kan een producent van de bevoegde instantie van de Lid-Staat waarin de betrokken produktie plaatsvindt toestemming krijgen om de in de leden 1 tot en met 9 vastgestelde berekende niveaus van zijn produktie met het oog op de industriële rationalisering binnen de betrokken Lid-Staat te overschrijden, mits de berekende niveaus van de produktie van die Lid-Staat niet hoger zijn dan de som van de berekende niveaus van de produktie van de binnenlandse producenten, die in de leden 1 tot en met 9 voor deze perioden zijn vastgesteld. De bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat stelt de Commissie van tevoren in kennis van een dergelijke toestemming.
11. Voor zover het Protocol dit toelaat, kan de Commissie een producent, met instemming van de bevoegde instantie van de Lid-Staat waarin de betrokken produktie plaatsvindt, toestemming geven om de in de leden 1 tot en met 10 vastgestelde berekende niveaus van zijn produktie met het oog op de industriële rationalisering tussen Lid-Staten te overschrijden, mits de som van de berekende niveaus van de produktie van de betrokken Lid-Staten niet hoger is dan de som van de berekende niveaus van de produktie van hun binnenlandse producenten, die in de leden 1 tot en met 10 voor deze perioden zijn vastgesteld. Hiervoor is tevens de instemming vereist van de bevoegde instantie van de Lid-Staat waarin de produktie omlaag zal worden gebracht.
12. Voor zover het Protocol dit toelaat, kan de Commissie een producent, met instemming van zowel de bevoegde instantie van de Lid-Staat waarin de betrokken produktie plaatsvindt als van de regering van de betrokken derde partij, toestemming geven om de in de leden 1 tot en met 11 vastgestelde berekende niveaus van zijn produktie met het oog op een met een derde partij uit te voeren industriële rationalisering te combineren met de berekende niveaus van de produktie die voor een producent in een derde partij zijn toegestaan krachtens het Protocol en de nationale wetgeving, mits de som van de berekende niveaus van de produktie van de twee producenten niet hoger is dan de som van de krachtens de leden 1 tot en met 11 voor de producent in de Gemeenschap toegestane berekende niveaus van zijn produktie en de voor de producent in de derde partij krachtens het Protocol en de nationale wetgeving toegestane berekende niveaus van zijn produktie.