Art. 5 Verordening (EG) nr. 3093/94, Beheersing van het gebruik van chloorfluorkoolwaterstoffen

Verordening (EG) nr. 3093/94

1. Met ingang van de eerste dag van de zesde maand na de datum van inwerkingtreding van deze verordening is het gebruik van chloorfluorkoolwaterstoffen verboden, met uitzondering van het gebruik:

- als oplosmiddel;

- als koelmiddel;

- voor de vervaardiging van isolerend hardschuim en integraalschuim voor veiligheidstoepassingen;

- in laboratoria, onderzoek en ontwikkeling daaronder begrepen;

- als grondstof bij de vervaardiging van andere chemicaliën, en

- als draaggas voor ontsmettingsmiddelen in gesloten systemen.

2. Met ingang van 1 januari 1996 zijn de volgende toepassingen van chloorfluorkoolwaterstoffen verboden:

- als oplosmiddel in open systemen, zoals open reinigers en open ontwateringssystemen zonder koude zone, in kleefmiddelen en vormsmeermiddelen indien niet gebruikt in een gesloten systeem, voor afvoerreiniging indien de chloorfluorkoolwaterstoffen niet teruggewonnen worden, en in aërosolen, behalve het gebruik als oplosmiddel voor reagentia voor het zichtbaar maken van vingerafdrukken op poreuze oppervlakken zoals papier, en behalve het gebruik als fixeermiddel voor laserprinters die vóór 1 januari 1996 zijn vervaardigd;

- in na 31 december 1995 geproduceerde apparatuur voor de volgende toepassingen:

a) als koelmiddel in open systemen met rechtstreekse verdamping;

b) als koelmiddel in huishoudelijke koelkasten en diepvriezers;

c) klimaatregeling in auto's;

d) klimaatregeling in het openbaar vervoer over de weg.

3. Met ingang van 1 januari 1998 is het gebruik van chloorfluorkoolwaterstoffen in na 31 december 1997 geproduceerde apparatuur verboden voor de volgende toepassingen:

- klimaatregeling in het openbaar vervoer per spoor;

- als draaggas voor ontsmettingsmiddelen in gesloten systemen.

4. Met ingang van 1 januari 2000 is het gebruik van chloorfluorkoolwaterstoffen in na 31 december 1999 geproduceerde apparatuur verboden voor de volgende toepassingen:

- als koelmiddel in openbare of voor de distributie gebruikte koelhuizen en pakhuizen;

- als koelmiddel voor apparatuur van 150 kW en meer aan asvermogen,

behalve indien er codes, veiligheidsvoorschriften of soortgelijke beperkingen bestaan ten aanzien van het gebruik van ammoniak.

5. De invoer, het in het vrije verkeer brengen en het op de markt brengen van apparatuur waarvoor krachtens dit artikel een gebruiksbeperking geldt, is met ingang van de datum waarop die gebruiksbeperking van kracht wordt, verboden. Dit verbod geldt niet voor apparatuur die aantoonbaar vóór de datum van die gebruiksbeperking is vervaardigd.

6. De Commissie kan volgens de procedure van artikel 16 in het licht van de vooruitgang van de techniek aanvullingen en wijzigingen aanbrengen, dan wel onderdelen schrappen in de lijst van de leden 1 tot en met 4.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen