Art. 9 Verordening (EEG) nr. 2082/93, Additionaliteit
1. Om een reëel economisch effect te waarborgen mogen de kredieten van de Structuurfondsen en van het FIOV die in een Lid-Staat voor een in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2052/88 vermelde doelstelling worden aangewend, niet in de plaats komen van de structurele uitgaven van de overheid van de Lid-Staat of daarmee gelijk te stellen structurele uitgaven van de Lid-Staat voor het gehele grondgebied dat voor de betrokken doelstelling in aanmerking komt.
2. Daartoe zien de Commissie en de betrokken Lid-Staat er bij het opstellen en de uitvoering van de communautaire bestekken op toe dat de Lid-Staat voor het gehele betrokken grondgebied de structurele uitgaven van de overheid of daarmee gelijk te stellen structurele uitgaven ten minste op hetzelfde peil houdt als tijdens de voorgaande programmeringsperiode, daarbij evenwel rekening houdend met de macro-economische context waarbinnen de betrokken financieringen plaatsvinden, alsmede met bepaalde specifieke economische situaties, te weten privatiseringen, de uitzonderlijk hoge structurele uitgaven van de overheid in de vorige programmeringsperiode en de nationale conjunctuurontwikkeling.
De Commissie en de Lid-Staat komen bij het opstellen van de communautaire bestekken ook overeen hoe de inachtneming van het additionaliteitsbeginsel wordt gecontroleerd.
3. Om de controle op de inachtneming van het additionaliteitsbeginsel mogelijk te maken verstrekt de Lid-Staat de Commissie bij het indienen van de plannen en regelmatig tijdens de uitvoering van de communautaire bestekken passende financiële gegevens.