Art. 14 Verordening (EEG) nr. 2082/93, Behandeling van de bijstandsaanvragen
1. De aanvragen om bijstand uit de Structuurfondsen en uit het FIOV, met uitzondering van technische bijstand als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder e), van Verordening (EEG) nr. 2052/88, verleend op initiatief van de Commissie, worden opgesteld door de Lid-Staat of door de bevoegde autoriteiten die door de Lid-Staat op nationaal, regionaal, plaatselijk of ander niveau zijn aangewezen, en worden bij de Commissie ingediend door de Lid-Staat of de eventueel door de Lid-Staat daartoe aangewezen instantie. Iedere aanvraag moet voornamelijk betrekking hebben op de in artikel 5 van bovengenoemde verordening genoemde vormen van bijstandsverlening.
2. In de aanvragen worden de inlichtingen vermeld die de Commissie voor haar beoordeling nodig heeft voor zover deze gegevens niet reeds in de plannen zijn vermeld, met name een beschrijving van de voorgestelde actie, het toepassingsgebied ook in geografisch opzicht, en de specifieke doelstellingen ervan. De aanvragen bevatten ook de resultaten van de beoordeling vooraf van de sociaal-economische voordelen die op de middellange termijn met de voorgestelde actie kunnen worden behaald, gezien de beschikbaar te stellen middelen, de voor de uitvoering van de actie verantwoordelijke instanties en de begunstigden, het voorgestelde tijdschema en financieringsplan, alsmede alle gegevens die nodig zijn om na te kunnen gaan of de betrokken maatregel verenigbaar is met de communautaire wetgeving en het Gemeenschapsbeleid.
3. De Commissie onderzoekt de aanvragen om:
- na te gaan of de voorgestelde acties en maatregelen in overeenstemming zijn met de desbetreffende communautaire wetgeving en, in voorkomend geval, met het communautaire bestek;
- de bijdrage van de voorgestelde actie tot de verwezenlijking van haar specifieke doelstellingen te beoordelen en, als het een operationeel programma betreft, na te gaan of de daarin opgenomen maatregelen een coherent geheel vormen;
- zich ervan te verzekeren dat de administratieve en financiële mechanismen een doeltreffende uitvoering van de actie mogelijk maken;
- de exacte bijzonderheden van de bijstandsverlening door het (de) betrokken Fonds(en) vast te stellen, eventueel op basis van gegevens die reeds voor een desbetreffend communautair bestek zijn verstrekt.
Voor zover aan de in dit artikel vereiste voorwaarden is voldaan, besluit de Commissie in het algemeen binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag over de bijstand van de Fondsen en van het FIOV. De toekenning van de bijstand van alle Fondsen en van de andere bestaande financieringsinstrumenten die bijdragen aan de financiering van een bijstandsverlening, met inbegrip van een bijstandsverlening in de vorm van een geïntegreerde aanpak, geschiedt in één enkele beschikking van de Commissie.
4. De respectieve verbintenissen van de partners, welke zijn aangegaan in het kader van een contract binnen het partnerschap, worden weergegeven in de beschikkingen van de Commissie inzake de verlening van bijstand.