Art. 8 Verordening (EEG) nr. 2082/93, Opstelling, toepassingsgebied en inhoud

Verordening (EEG) nr. 2082/93

1. De communautaire bestekken voor de doelstellingen 1 tot en met 4 en 5 b) worden, op basis van de plannen, in overleg met de betrokken Lid-Staat en in het kader van het partnerschap, bij beschikking van de Commissie vastgesteld overeenkomstig de in titel VIII vervatte procedures. De EIB wordt bij de opstelling van de communautaire bestekken betrokken.

2. Een communautair bestek bestrijkt een periode van drie of zes jaar.

3. Elk communautair bestek behelst:

- de voor de gezamenlijke actie van de Gemeenschap en de betrokken Lid-Staat in verband met de in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2052/88 genoemde doelstellingen in aanmerking genomen prioritaire zwaartepunten, hun specifieke doelstellingen, gekwantificeerd indien de aard ervan zich daartoe leent, de beoordeling vooraf van het verwachte effect, ook op het gebied van de werkgelegenheid, alsmede gegevens over de samenhang ervan met het sociaal-economische en, in voorkomend geval, regionale beleid van de Lid-Staat;

- een overzicht van de vormen van bijstandsverlening die niet tegelijk met het communautaire bestek worden vastgesteld, waarin voor de operationele programma's met name de specifieke doelstellingen en de voornaamste soorten voorgenomen maatregelen worden vermeld;

- een indicatief financieringsprogramma met de voor de diverse vormen van bijstandsverlening uit te trekken middelen, alsmede de duur van de bijstandsverlening, met inbegrip van die van de Fondsen, de EIB en de andere bestaande financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 3, lid 1, wanneer deze rechtstreeks bijdragen aan het betrokken financieringsprogramma;

- de wijze van toezicht en evaluatie;

- de wijze van controle op de inachtneming van het additionaliteitsbeginsel en een eerste evaluatie daarvan; relevante gegevens betreffende de transparantie van de betrokken financiële stromen, met name van de betrokken Lid-Staat naar de begunstigde regio's;

- voor de doelstellingen 1, 2 en 5 b), de voorgenomen regelingen om de door de Lid-Staten aangewezen milieuautoriteiten te betrekken bij de uitvoering van het communautaire bestek;

- eventueel, gegevens over de terbeschikkingstelling van middelen voor studies of technische bijstand voor de voorbereiding, de tenuitvoerlegging of de aanpassing van de betrokken acties.