Art. 10 Verordening (EEG) nr. 2082/93, Goedkeuring en tenuitvoerlegging

Verordening (EEG) nr. 2082/93

1. Behoudens een met de betrokken Lid-Staat getroffen afwijkende regeling, stelt de Commissie uiterlijk zes maanden na ontvangst van het (de) desbetreffende plan(nen) bij beschikking het communautair bestek vast.

Bij de beschikking inzake het communautair bestek keurt de Commissie, overeenkomstig artikel 14, lid 3, ook de tegelijk met de plannen ingediende bijstandsaanvragen goed voor zover daarin alle in artikel 14, lid 2, bedoelde inlichtingen worden verstrekt.

Indien de Lid-Staat één enkel programmeringsdocument indient dat alle in artikel 5, lid 2, laatste alinea, bedoelde inlichtingen bevat, geeft de Commissie één enkele beschikking die betrekking heeft op dit enig document en die zowel de in artikel 8, lid 3, bedoelde onderdelen als de in artikel 14, lid 3, laatste alinea, bedoelde bijstandsverlening van de Fondsen omvat.

2. De beschikking van de Commissie over het communautaire bestek wordt als verklaring van intentie aan de Lid-Staat toegezonden. Deze beschikking wordt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt. Op verzoek van het Europees Parlement zendt de Commissie deze beschikking alsmede het door haar goedgekeurde bestek ter informatie aan het Parlement.

De Commissie en de Lid-Staten zorgen ervoor dat maatregelen waarmee ten minste twee derde van de bijstand van de Fondsen voor het eerste jaar van het communautaire bestek gemoeid is, binnen twee maanden na de vaststelling van de beschikking over het communautaire bestek door de Commissie worden goedgekeurd.