Art. 6 Verordening (EEG) nr. 3760/92
1. Van 1 januari 1993 tot en met 31 december 2002 mogen de Lid-Staten de regelingen zoals omschreven in artikel 100 van de Toetredingsakte 1972 handhaven en de in dat artikel vastgestelde grens van 6 zeemijl uitbreiden tot 12 zeemijl voor alle wateren onder hun soevereiniteit of jurisdictie.
2. Onverminderd de activiteiten in het kader van de nabuurschapsregelingen tussen de Lid-Staten, dienen de visserijactiviteiten in het kader van de in lid 1 bedoelde regelingen te worden uitgeoefend overeenkomstig het bepaalde in bijlage I, waarin voor elke Lid-Staat de geografische zones van de kustwateren van de andere Lid-Staten zijn vastgesteld waar deze activiteiten mogen plaatsvinden, evenals de soorten waarop ze betrekking mogen hebben.