Art. 4 Verordening (EEG) nr. 3760/92
1. Ten einde de rationele en verantwoorde exploitatie van de bestanden op duurzame basis te garanderen stelt de Raad, volgens de procedure van artikel 43 van het Verdrag, tenzij anders is bepaald, communautaire bepalingen vast betreffende de voorwaarden voor de toegang tot de wateren en de bestanden en de uitoefening van exploitatieactiviteiten. Deze bepalingen worden opgesteld in het licht van de beschikbare biologische, sociaal-economische en technische analyses en met name van de verslagen van het in artikel 16 bedoelde Comité.
2. Deze bedoelde bepalingen kunnen met name voor elke visserijtak of groep van visserijtakken maatregelen omvatten inzake:
a) de vaststelling van zones waar de visserij wordt verboden of beperkt;
b) de beperking van exploitatieniveaus;
c) het vaststellen van kwantitatieve vangstbeperkingen;
d) de beperking van de op zee doorgebrachte tijd, rekening houdend, in voorkomend geval, met de afstand naar de viswateren;
e) de vaststelling van het voor de visserij toegestane aantal en type vissersvaartuigen;
f) de vaststelling van technische maatregelen betreffende het vistuig en de wijze waarop het dient te worden gebruikt;
g) de vaststelling van een minimummaat of een minimumgewicht voor de te vangen vis;
h) de vaststelling van stimuleringsmaatregelen, met inbegrip van economische stimuleringsmaatregelen, voor een selectievere beoefening van de visserij.