Art. 3 Verordening (EEG) nr. 3760/92

Verordening (EEG) nr. 3760/92

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) "communautaire viswateren": de wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van de Lid-Staten;

b) "bestanden": de beschikbare en toegankelijke levende mariene aquatische soorten, met inbegrip van de anadrome en de katadrome soorten, tijdens hun mariene levensduur;

c) "vissersvaartuig": elk vaartuig dat is uitgerust voor de commerciële exploitatie van bestanden;

d) "communautaire vissersvaartuigen": vissersvaartuigen die de vlag van een Lid-Staat voeren en in de Gemeenschap zijn geregistreerd;

e) "exploitatieniveau": de vangsten van een bestand gedurende een bepaalde periode in verhouding tot de totale omvang van het bestand;

f) "visserijinspanning": voor een vaaruig, het produkt van de capaciteit en de visserijactiviteit; voor een vloot of groep vaartuigen, de som van de visserijinspanningen van elk der vaartuigen;

g) "communautaire vangstmogelijkheid": de voor de Gemeenschap beschikbare vangstmogelijkheid in de communautaire viswateren, plus het totaal van de communautaire vangstmogelijkheden buiten de communautaire viswateren, minus het totaal van de aan derde landen toegekende beschikbare vangsten.