Art. 10 Verordening (EEG) nr. 3760/92

Verordening (EEG) nr. 3760/92

1. De Lid-Staten kunnen maatregelen nemen voor de instandhouding en het beheer van de bestanden in wateren onder hun soevereiniteit of jurisdictie voor zover deze maatregelen:

- betrekking hebben op strikt lokale visbestanden die slechts voor de vissers van de betrokken Lid-Staat van belang zijn, of - uitsluitend van toepassing zijn op de vissers van de betrokken Lid-Staat;

- verenigbaar zijn met de doelstellingen van artikel 2, leden 1 en 2, en niet minder stringent zijn dan de op basis van artikel 4 vastgestelde maatregelen.

2. De Commissie wordt van ieder voornemen om nationale maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de bestanden in te voeren of te wijzigen tijdig genoeg in kennis gesteld om haar opmerkingen te kunnen maken, overeenkomstig de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 3094/86.