Art. 8

1. Er wordt een minimumprijs voor voor de zetmeelproduktie bestemde aardappelen vastgesteld ten bedrage van:

- 208 ecu voor het verkoopseizoen 1993/1994;

- 192 ecu voor het verkoopseizoen 1994/1995;

- 176 ecu met ingang van het verkoopseizoen 1995/1996.

Deze prijzen gelden voor de hoeveelheid aardappelen, geleverd franco fabriek, die nodig is voor de produktie van één ton zetmeel.

2. Er wordt een stelsel van compensatiebedragen ingevoerd ten behoeve van producenten van voor de zetmeelproduktie bestemde aardappelen. Het compensatiebedrag wordt vastgesteld voor de hoeveelheid aardappelen die nodig is voor de produktie van één ton zetmeel. Het bedraagt:

- 40 ecu voor het verkoopseizoen 1993/1994;

- 56 ecu voor het verkoopseizoen 1994/1995;

- 72 ecu met ingang van het verkoopseizoen 1995/1996.

3. De minimumprijs en het compensatiebedrag worden bijgesteld op grond van het zetmeelgehalte van de aardappelen.

4. Wanneer dit op grond van de toestand op de markt voor aardappelzetmeel noodzakelijk is, stelt de Raad de nodige maatregelen vast volgens de procedures van artikel 43, lid 2, van het Verdrag.

5. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 23.

Uitspraken die dit artikel aanhalen