Art. 9 Verordening (EEG) nr. 1766/92

Verordening (EEG) nr. 1766/92

1. Voor alle invoer in of uitvoer uit de Gemeenschap van de in artikel 1 bedoelde produkten moet een in- of uitvoercertificaat worden overgelegd, dat door de Lid-Staten aan elke belanghebbende die daarom verzoekt, wordt afgegeven, ongeacht de plaats van zijn vestiging in de Gemeenschap. Wanneer de heffing of restitutie vooraf wordt vastgesteld, wordt de voorafgaande vaststelling opgenomen in het certificaat, dat tot bewijs van deze voorafgaande vaststelling dient.

Het in- of uitvoercertificaat is geldig in de gehele Gemeenschap. De afgifte van deze certificaten is afhankelijk van het stellen van een waarborg, als garantie dat zal worden voldaan aan de verplichting tot in- of uitvoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat; deze waarborg wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd indien de transactie niet of slechts ten dele binnen deze termijn plaatsvindt.

2. De geldigheidsduur van deze certificaten en de overige bepalingen voor de toepassing van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 23.