Art. 7

1. De oppervlakte die uit produktie moet worden genomen door elke producent die compensatiebedragen aanvraagt in het kader van de algemene regeling, wordt als volgt vastgesteld:

- in het geval van een regionaal basisareaal, als een proportioneel gedeelte van zijn areaal dat met de betrokken akkerbouwgewassen is ingezaaid en waarvoor een aanvraag wordt ingediend en dat op grond van deze verordening uit de produktie wordt genomen;

- in het geval van een individueel basisareaal, als een percentuele vermindering van zijn betrokken basisareaal.

De braakleggingsverplichting, die wordt toegepast met ingang van de zaaiperiode voor het verkoopseizen 1993/1994, bedraag 15 %. Voor de uit produktie genomen grond moet een wisselbouwsysteem worden toegepast. Uit produktie nemen zonder toepassing van een wisselbouwsysteem is toegestaan in ruil voor een hoger percentage braaklegging. Dit percentage wordt voor 31 juli 1993 door de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid vastgesteld; het kan per regio in de Gemeenschap verschillen.

2. In geval van een bedrijf waar op grond van artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2328/91 arealen uit de produktie zijn genomen, mogen deze arealen niet worden gebruikt om aan de in lid 1 bedoelde braakleggingsverplichting te voldoen.

3. De Lid-Staten nemen adequate milieubeschermingsmaatregelen die beantwoorden aan de specifieke situatie van de uit produktie genomen grond.

4. De braakgelegde grond mag worden gebruikt voor de produktie van grondstoffen voor de vervaardiging, in de Gemeenschap, van niet specifiek voor voeding of vervoedering bestemde produkten, op voorwaarde dat doeltreffende controlesystemen kunnen worden toegepast.

5. De compensatie voor de braakleggingsverplichting wordt vastgesteld op het niveau van het compensatiebedrag dat vanaf het verkoopseizoen 1995/1996 voor dezelfde oppervlakten zou worden betaald als daarop graan zou worden verbouwd. Deze compensatie wordt betaald voor het aantal hectares dat nodig is om aan de in lid 1 neergelegde verplichting te voldoen. In geval van Portugal wordt bij de compensatie rekening gehouden met de steunregeling ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 3653/90.

6. Indien nationale milieuregelingen met zich brengen dat een producent die een deel van zijn akkerbouwgrond uit de produktie neemt, verplicht is zijn dierlijke produktie te verminderen, dan kan deze producent een regeling treffen om zijn braakleggingsverplichting aan een andere producent in dezelfde Lid-Staat over te dragen. Zijn recht op compensatie hangt af van de volledige naleving van deze verplichting door de producent aan wie de overdracht heeft plaatsgevonden. Indien de overdracht plaatsvindt naar een regio met een andere opbrengst, wordt het uit produktie te nemen areaal dienovereenkomstig aangepast. Dergelijke overgedragen verplichtingen vallen onder de algemene regels voor braaklegging zonder wisselbouw, tenzij zij voorzien in wisselbouw op het bedrijf waarop de verplichting rust. De Lid-Staat kan vereisen dat dergelijke overdrachten binnen de in artikel 2, lid 2, bedoelde regio blijven.

Uitspraken die dit artikel aanhalen