Art. 4 Verordening (EEG) nr. 1765/92
1. Het compensatiebedrag voor graan wordt berekend door vermenigvuldiging van het basisbedrag per ton met de in het regioplan voor de betrokken regio vastgestelde gemiddelde graanopbrengst. Indien maïs apart wordt behandeld, wordt gebruik gemaakt van de gemiddelde opbrengsten van maïs en andere graansoorten.
2. Het basisbedrag per ton wordt vastgesteld op:
- 25 ecu voor het verkoopseizoen 1993/1994;
- 35 ecu voor het verkoopseizoen 1994/1995 en
- 45 ecu voor het verkoopseizoenen vanaf 1995/1996.
3. Voor met durum tarwe ingezaaide oppervlakten wordt in de in bijlage II vermelde traditionele produktiegebieden een toeslag op het compensatiebedrag uitgekeerd voor maximaal de met durum tarwe ingezaaide oppervlakte die in 1988/1989, 1989/1990, 1990/1991 of 1991/1992 in aanmerking kwam voor de steunregeling voor durum tarwe. De producent bepaalt zelf welk verkoopseizoen als uitgangspunt wordt genomen.
Met ingang van het verkoopseizoen 1993/1994 bedraagt de toeslag 297 ecu per hectare.