Art. 10

1. De compensatiebedragen voor granen en eiwithoudende gewassen en de compensatie voor de verplichting om grond uit produktie te nemen worden uitbetaald in de periode van 16 oktober tot en met 31 december die volgt op de oogst.

2. Om voor het compensatiebedrag in aanmerking te komen moet de producent uiterlijk op 15 mei voorafgaand aan de betrokken oogst:

- hebben ingezaaid;

- een aanvraag hebben ingediend.

3. De aanvraag dient vergezeld te gaan van gegevens waarmee de betrokken oppervlakte kan worden geïdentificeerd. De met akkerbouwgewassen ingezaaide oppervlakten en de overeenkomstig deze verordening uit produktie genomen oppervlakten moeten worden aangegeven.

4. Volgens de procedure van artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 (1) kan de Commissie besluiten dat bepaalde variëteiten durum tarwe niet voor de in artikel 4, lid 3, vermelde toeslag in aanmerking komen.

5. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om de aanvragers erop te wijzen dat zij de milieuvoorschriften moeten naleven.

Uitspraken die dit artikel aanhalen