Art. 2 Verordening (EEG) nr. 1765/92
1. In de Gemeenschap gevestigde producenten van akkerbouwgewassen kunnen onder de in deze titel aangegeven voorwaarden een compensatiebedrag aanvragen.
2. Het compensatiebedrag wordt vastgesteld per hectare en wordt naar regio gedifferentieerd.
Het compensatiebedrag wordt toegekend voor een met akkerbouwgewassen ingezaaide oppervlakte of een overeenkomstig artikel 7 van de onderhavige verordening uit produktie genomen oppervlakte die niet groter is dan een regionaal basisareaal. Dit areaal wordt vastgesteld op het gemiddeld aantal hectares in die regio dat gedurende 1989, 1990 en 1991 met akkerbouwgewassen is ingezaaid of, eventueel, braakgelegd overeenkomstig een door de overheid gesubsidieerde regeling. Onder regio in deze zin dient te worden verstaan een Lid-Staat of een gebied in een Lid-Staat, naar keuze van de betrokken Lid-Staat.
Wanneer een oppervlakte niet het onderwerp uitmaakt van een verzoek om steun krachtens de onderhavige verordening, maar wordt gebruikt ter rechtvaardiging van een verzoek om steun krachtens Verordening (EEG) nr. 805/68 (3) dan wordt deze oppervlakte in mindering gebracht op het regionaal basisareaal voor de betrokken periode.
3. In plaats van een systeem van regionale basisarealen kan een Lid-Staat een systeem van individuele basisarealen toepassen voor zijn gehele grondgebied. Een basisareaal wordt voor ieder bedrijf vastgesteld op het gemiddelde aantal hectares dat gedurende 1989, 1990 en 1991 met akkerbouwgewassen was ingezaaid of overeenkomstig een door de overheid gesubsidieerde regeling was braakgelegd. Indien echter een producent het gebruik van zijn oppervlakten wijzigt, wordt zijn basisareaal op zijn verzoek verminderd.
Voor de vaststelling van het individuele basisareaal wordt met de oppervlakten die worden gebruikt om in aanmerking te komen voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 805/68, geen rekening gehouden.
4. Ingeval aanvankelijk wordt gekozen voor het in lid 2 bedoelde stelsel, dan mag later een beroep worden gedaan op het in lid 3 bedoelde stelsel.
5. Het compensatiebedrag wordt toegekend in het kader van:
a) een "algemene regeling", die voor alle landbouwers geldt, of
b) een "vereenvoudigde regeling", die voor kleine producenten geldt.
Producenten die het compensatiebedrag aanvragen in het kader van de algemene regeling, verbinden zich ertoe een deel van hun areaal uit produktie te nemen en ontvangen een compensatie voor deze verplichting.
6. In het geval van een regionaal basisareaal, en indien het totaal van de individuele arealen waarvoor een beroep op steun wordt gedaan krachtens de regeling van producenten van akkerbouwgewassen met inbegrip van de in het kader van deze regeling uit de produktie genomen arealen en dat krachtens de braakleggingsregeling overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2328/91 van de Raad van 15 juli 1991 betreffende de verbetering van de doeltreffendheid van de landbouwstructuur (1) groter is dan het regionale basisareaal, geldt daarvoor in de betrokken regio het volgende:
- gedurende hetzelfde verkoopseizoen wordt het areaal dat per producent voor steun in aanmerking komt proportioneel gewijzigd voor alle soorten steun krachtens deze titel;
- in het volgende verkoopseizoen zijn producenten die onder de algemene regeling vallen, verplicht zonder compensatie een bijkomend gedeelte van hun grond uit de produktie te nemen. Het percentage voor het bijkomende uit de produktie te nemen gedeelte is gelijk aan het percentage waarmee de regionale basis is overschreden. Dit percentage wordt toegevoegd aan het in artikel 7 genoemde vereiste van uit de produktie nemen.