Art. 7 Verordening (EEG) nr. 2328/91
1. De in artikel 6, lid 1, bedoelde steunregeling voor investeringen heeft betrekking op steun in de vorm van een kapitaalsubsidie of het equivalent daarvan in de vorm van rentesubsidie of uitstel van aflossingen, of een combinatie daarvan, voor de investeringen die nodig zijn voor de uitvoering van het verbeteringsplan, met uitzondering van uitgaven voor de aankoop van:
- grond,
- levende varkens en levend pluimvee, alsmede slachtkalveren.
Wat de aankoop van levend vee betreft, kan alleen de eerste aanschaf uit hoofde van het verbeteringsplan in aanmerking komen.
Bovendien kan de steunregeling betrekking hebben op de zekerheidstelling voor aangegane leningen en de daarover verschuldigde rente, ter aanvulling van ontoereikende zakelijke en persoonlijke zekerheden.
2. De in lid 1 bedoelde kapitaalsubsidie kan betrekking hebben op een investeringsvolume van maximaal 60 743 ecu per VAK en 121 486 ecu per bedrijf. De Lid-Staten kunnen minimumgrenzen voor deze bedragen vaststellen.
De in lid 1 bedoelde steun bedraagt, in percenten van het investeringsbedrag, maximaal:
a) in de in de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 75/268/EEG bedoelde gebieden:
- 45 % voor onroerend goed,
- 30 % voor de overige investeringen;
b)
in de overige gebieden:
- 35 % voor onroerend goed,
- 20 % voor de overige investeringen.
Als de steun niet wordt toegekend in de vorm van een kapitaalsubsidie, stellen de Lid-Staten elk jaar een tabel op
van de toegekende steun, uitgedrukt in percenten van het investeringsbedrag, daarbij rekening houdend met de gemiddelde jaarlijkse rente van de niet gesubsidieerde leningen, de waarde van de rentesubsidie, de looptijd van de lening, van de rentesubsidie en van de aflossingsvrije periode, en met alle andere parameters die worden gebruikt om steun in subsidie-equivalent uit te drukken.
De Raad kan, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een Lid-Staat voor een bepaalde duur machtiging verlenen om meer steun te verlenen dan in de tweede alinea is bepaald, indien dat op grond van de situatie op de kapitaalmarkt van de betrokken Lid-Staat verantwoord is.
Tot en met 31 december 1991 wordt echter de in de tweede alinea genoemde maximale steun voor Spanje, Griekenland, Ierland, Italië en Portugal verhoogd met 10 % van het bedrag van de investeringen die in tot die datum ingediende verbeteringsplannen zijn vermeld.