Art. 10 Verordening (EEG) nr. 2328/91

Verordening (EEG) nr. 2328/91

1. De Lid-Staten kunnen steun verlenen voor de eerste vestiging van jonge landbouwers van minder dan 40 jaar op voorwaarde dat:

- de jonge landbouwer zich als bedrijfshoofd op een landbouwbedrijf vestigt; er wordt van uitgegaan dat hij zich als bedrijfshoofd vestigt als hij civielrechtelijk en fiscaal aansprakelijk of medeaansprakelijk wordt voor het beheer van het bedrijf en het in de betrokken Lid-Staat voor zelfstandige bedrijfshoofden geldende sociale statuut op hem van toepassing wordt,

- de jonge landbouwer zich als hoofdberoepslandbouwer vestigt of, na zijn vestiging als deeltijds landbouwer, de landbouw als hoofdberoep begint te beoefenen,

- de jonge landbouwer bij zijn vestiging of uiterlijk twee jaar na zijn vestiging voldoende vakbekwaam is en

- er op het bedrijf voor ten minste één VAK werk is, welke situatie uiterlijk twee jaar na vestiging moet zijn bereikt.

2. De vestigingssteun kan omvatten:

a) een eenmalige premie met een voor financiering in aanmerking komend maximumbedrag van 10 000 ecu. De betaling van de premie kan over maximaal vijf jaar worden gespreid. De Lid-Staten mogen deze premie door een gelijkwaardige rentesubsidie vervangen;

b)

een rentesubsidie voor leningen die worden aangegaan ter financiering van de vestiging.

De rentesubsidie bedraagt maximaal 5 % voor een periode van vijftien jaar; de gekapitaliseerde waarde van deze subsidie mag niet meer bedragen dan 10 000 ecu.

De Lid-Staten mogen het bedrag dat, naar gelang van de omvang en de looptijd van de aangegane leningen, met de rentesubsidie overeenkomt, in de vorm van een kapitaalsubsidie uitkeren.

3. De Lid-Staten bepalen:

- de voorwaarden inzake de eerste vestiging,

- de specifieke voorwaarden die van toepassing zijn als de jonge landbouwer zich niet als enig bedrijfshoofd op het bedrijf vestigt, en met name indien hij zich vestigt als lid van een vereniging of een cooeperatie die het beheer van een landbouwbedrijf als belangrijkste doelstelling heeft; deze voorwaarden moeten gelijkwaardig zijn met die welke worden gesteld in geval van vestiging als enig bedrijfshoofd,

- het agrarische beroepsopleidingsniveau dat de betrokkenen bij de eerste vestiging of uiterlijk twee jaar nadien moet hebben bereikt, opdat de premie voor financiering uit het Fonds in aanmerking kan komen,

- de voorwaarden op grond waarvan wordt geconstateerd dat er binnen maximaal twee jaar na vestiging voldoende werk op het bedrijf is voor ten minste één VAK,

- het bedrag van de vestigingssteun.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen