Art. 9 Verordening (EEG) nr. 2328/91
1. Een verbeteringsplan in de zin van artikel 5, lid 1, onder c), kan betrekking hebben op een individueel bedrijf of op samenwerkingsverbanden van bedrijven met het oog op een fusie van al die bedrijven of een gedeelte ervan.
2. In het geval van samenwerkingsverbanden van bedrijven heeft het verbeteringsplan betrekking op het gehele samenwerkingsverband en, in voorkomend geval, ook op de bedrijfsonderdelen die beheerd blijven door de leden van het samenwerkingsverband.
3. De Lid-Staten kunnen de in artikel 7 bedoelde steun verlenen aan de samenwerkingsverbanden van bedrijven wanneer alle bij het betrokken samenwerkingsverband aangesloten bedrijfshoofden voldoen aan de in artikel 5, lid 1, genoemde voorwaarden.
4. Met uitzondering van de aquicultuursector kunnen de in artikel 7, lid 2, en artikel 8 bedoelde maxima worden vermenigvuldigd met het aantal bedrijven van het samenwerkingsverband. De in artikel 6, leden 3 en 4, bedoelde maxima mogen slechts in het geval van een uit een volledige fusie voortkomend bedrijf worden vermenigvuldigd met het aantal bedrijven van het samenwerkingsverband.
Deze maxima kunnen evenwel niet meer bedragen dan:
- 120 koeien,
- driemaal het aantal varkensplaatsen dat voortvloeit uit artikel 6, lid 4,
- 364 458 ecu aan investeringen,
per samenwerkingsverband, met inbegrip van, in voorkomend geval, de bedrijfsonderdelen die beheerd blijven door de leden van het samenwerkingsverband.
5. De Commissie kan volgens de procedure van artikel 30 een Lid-Staat toestaan de in artikel 7 bedoelde steun toe te kennen, onder de voorwaarden van lid 4 van het onderhavige artikel, aan landbouwcooeperaties die zich uitsluitend bezighouden met het beheer van een landbouwbedrijf. Terzelfder tijd stelt de Commissie de specifieke voorwaarden vast voor de toekenning van de steun aan deze cooeperaties alsmede de voorwaarden voor en de grenzen van een overschrijding van het in lid 4 vastgestelde investeringsvolume.
6. De Lid-Staten stellen de voorwaarden vast waaraan samenwerkingsverbanden moeten voldoen, met name wat betreft:
- de rechtsvorm,
- de minimumduur, die zes jaar bedraagt,
- de samenstelling van het maatschappelijk kapitaal,
- de deelneming van de leden aan het beheer.