Art. 12 Verordening (EEG) nr. 2328/91

Verordening (EEG) nr. 2328/91

1. Investeringssteun boven het in artikel 7, lid 2, bedoelde bedrag, in voorkomend geval verhoogd met het bedrag van de in artikel 11 bedoelde steun, aan bedrijven die aan de in artikel 5 en artikel 9 gestelde voorwaarden voldoen, is verboden, met uitzondering van steun:

- voor de bouw van bedrijfsgebouwen,

- voor de verplaatsing ten algemene nutte van bedrijfsgebouwen,

- voor grondverbeteringswerkzaamheden,

- voor investeringen ter bescherming en verbetering van het milieu,

mits deze hogere bedragen worden toegekend overeenkomstig artikel 6 van deze verordening en de artikelen 92, 93 en 94 van het Verdrag.

2. Wanneer de Lid-Staten investeringssteun verlenen aan bedrijven die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 5, moet deze steun ten minste een vierde lager zijn dan de steun die wordt verleend krachtens artikel 7; dit geldt echter niet voor investeringssteun voor:

- het realiseren van energiebesparingen,

- grondverbetering,

welke steun het in artikel 7, lid 2, genoemde niveau mag bereiken.

Deze steun mag worden verleend voor een totaal investeringsvolume van 60 743 ecu per VAK en 121 486 ecu per bedrijf voor een periode van zes jaar.

3. In afwijking van lid 2 mogen de Lid-Staten overgangssteun verlenen voor investeringen in kleine landbouwbedrijven die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 5,

lid 1.

Deze overgangssteun mag slechts worden toegekend voor een investeringsbedrag van 25 252 ecu en mag niet onder gunstiger voorwaarden worden toegekend dan die van artikel 7, in voorkomend geval vermeerderd met de in

artikel 11 bedoelde steun.

4. Investeringssteun aan bedrijven is verboden wanneer de investeringen niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 6 of wanneer deze steun niet is toegestaan op grond van artikel 7.

De in de leden 2 en 3 bedoelde steun kan echter worden verleend voor:

- investeringen in de sector ganzen en eenden die voor de produktie van vette lever (foie gras) zijn bestemd;

- de aankoop van vee die op grond van artikel 7, lid 1, kan worden gestimuleerd, waarbij het niet een eerste aankoop mag betreffen.

Voor de in de leden 2 en 3 bedoelde bedrijven wordt bovendien het in artikel 6, lid 3, bedoelde aantal melkkoeien op 40 per VAK en per bedrijf vastgesteld.

5. De in dit artikel neergelegde verboden en beperkingen gelden echter niet voor steun:

- voor de aankoop van grond,

- in de vorm van een goedkoop beheerskrediet met een looptijd van maximaal één landbouwjaar,

- voor de aankoop van mannelijke fokdieren,

- in de vorm van garanties voor aangegane leningen, inclusief rente,

- voor investeringen ter bescherming of verbetering van het milieu, op voorwaarde dat deze niet resulteren in een verhoging van de produktie,

- maatregelen voor investeringen ter verbetering van de hygiënische omstandigheden van de teelt en met het oog op de naleving van de communautaire normen op het gebied van het welzijn van de dieren, of van de nationale normen wanneer deze strenger zijn dan de communautaire normen, en voor zover deze investeringen geen verhoging van de produktie met zich brengen,

mits deze steun wordt verleend overeenkomstig de artikelen 92 tot en met 94 van het Verdrag.

Vorige artikelen

Volgende artikelen