Art. 15 Verordening (EEG) nr. 2328/91

Verordening (EEG) nr. 2328/91

1. De Lid-Staten kunnen landbouwverenigingen die ten doel hebben bedrijfsverzorgingsdiensten op te richten, op hun verzoek een startpremie verstrekken als bijdrage in de beheerskosten.

2. Om de in lid 1 bedoelde steun te kunnen ontvangen moet de bedrijfsverzorgingsdienst erkend zijn door de Lid-Staat en ten minste één full-time kracht in dienst hebben die volledig voor zijn taak bevoegd is.

3. De Lid-Staten bepalen de voorwaarden voor de erkenning van de in lid 1 bedoelde diensten, en met name:

- de rechtsvorm,

- de eisen inzake beheer en boekhouding,

- de gevallen waarin de bedrijfsverzorging moet plaatsvinden; deze kunnen de vervanging van het bedrijfshoofd, zijn echtgenoot of een volwassen medewerker omvatten,

- de minimumduur waarvoor deze diensten moeten worden opgericht, met dien verstande dat deze ten minste tien jaar moet bedragen,

- het minimumaantal aangesloten landbouwers.

4. De Lid-Staten stellen de in lid 1 bedoelde startpremie vast op maximaal 12 035 ecu per full-time bedrijfsverzorger die zich bezighoudt met de in lid 2 bedoelde werkzaamheden. Dit bedrag moet, eventueel degressief, worden gespreid over de eerste vijf dienstjaren van elke bedrijfsverzorger.

Vorige artikelen

Volgende artikelen