Art. 16 Verordening (EEG) nr. 2328/91

Verordening (EEG) nr. 2328/91

1. De Lid-Staten kunnen desgevraagd aan landbouwverenigingen die ten doel hebben diensten voor bedrijfsbeheer op te richten, een startpremie verlenen als bijdrage in de beheerskosten.

2. De in lid 1 bedoelde steun wordt verleend voor de werkzaamheden van personen belast met analyse van boekhoudresultaten en andere gegevens ten behoeve van bedrijfshoofden.

3. Om in aanmerking te kunnen komen voor de in lid 1 bedoelde steun moet de dienst voor bedrijfsbeheer erkend zijn door de Lid-Staat en ten minste één gekwalificeerde full-time kracht in dienst hebben voor de in lid 2 bedoelde werkzaamheden.

4. De Lid-Staten bepalen de voorwaarden voor de erkenning van de in lid 1 bedoelde diensten, en met name:

- de rechtsvorm,

- de eisen inzake beheer en boekhouding,

- de minimumduur waarvoor deze diensten moeten worden opgericht, met dien verstande dat deze ten minste tien jaar moet bedragen,

- het minimumaantal aangesloten landbouwers.

5. De Lid-Staten stellen de in lid 1 bedoelde startpremie vast op maximaal 36 105 ecu per full-time kracht die zich bezighoudt met de in lid 2 bedoelde werkzaamheden. Dit bedrag moet, eventueel degressief, worden gespreid over de eerste vijf dienstjaren van elke betrokken kracht.

6. De Lid-Staten mogen het in lid 5 bedoelde startpremiestelsel vervangen door een startsteunregeling voor de invoering van bedrijfsbeheer van landbouwbedrijven voor bedrijfshoofden met landbouw als hoofdberoep, die een beroep doen op de in lid 1 bedoelde diensten voor bedrijfsbeheer.

In dat geval stellen de Lid-Staten de steun vast op maximaal 501,4 ecu per bedrijf, te verdelen over ten minste twee jaren.

Vorige artikelen

Volgende artikelen