Art. 7 Verordening (EEG) nr. 1101/89
1. Onverminderd de bepalingen van het Verdrag en de voorschriften die voor de uitvoering daarvan met betrekking tot de steunmaatregelen zijn genomen, wordt door de betrokken Lid-Staten het op hun grondgebied opgerichte fonds voorgefinancierd in de vorm van leningen, ten einde een onmiddellijke inwerkingtreding van een gecooerdineerde sloopactie mogelijk te maken. Het fonds betaalt de aldus ontvangen bedragen renteloos terug volgens een vooraf vastgesteld tijdschema.
De voorfinanciering van de fondsen kan ook geschieden door middel van op de kapitaalmarkt aangegane leningen met overheidsgarantie, op voorwaarde dat de rente over de lening ten laste komt van de betrokken Lid-Staat.
2. De verplichtingen ten laste van een op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze verordening bestaand nationaal fonds worden overgenomen door het fonds van de betrokken Lid-Staat.
De eigenaars van schepen die niet onder deze verordening vallen en die rechten hebben welke voortvloeien uit bestaande nationale sloopacties, kunnen deze rechten doen gelden ten opzichte van de in artikel 3, lid 1, bedoelde fondsen gedurende een periode van zes maanden vanaf het einde van de in artikel 6, lid 5, bedoelde sloopperiode.