Art. 10 Verordening (EEG) nr. 1101/89
1. De Lid-Staten stellen vóór 1 januari 1990 de maatregelen vast die nodig zijn voor de uitvoering van deze verordening en delen deze aan de Commissie mede.
In deze maatregelen moet met name worden voorzien in een permanent en effectief toezicht op de naleving van de verplichtingen die krachtens deze verordening op de ondernemingen rusten en de voor de uitvoering ervan genomen nationale maatregelen, alsook in aangepaste sancties bij inbreuk.
2. Gedurende de sloopactie delen de Lid-Staten om de zes maanden aan de Commissie alle nuttige gegevens mede over de ontwikkeling van de lopende sloopactie, en met name over de financiële toestand van het fonds, het aantal ingediende sloopaanvragen en de werkelijk gesloopte tonnage.
3. De Commissie stelt vóór 1 mei 1989 de besluiten vast die zij krachtens artikel 6 dient te nemen.
4. Twee jaar na inwerkingtreding van deze verordening stelt de Commissie een evaluatierapport op over het effect van de in lid 1 bedoelde maatregelen en brengt daarover verslag uit aan het Europese Parlement en de Raad.