Art. 4 Verordening (EEG) nr. 1101/89
1. Voor elk van de onder deze verordening vallende vaartuigen stort de eigenaar een overeenkomstig artikel 6 vastgestelde bijdrage in een van de krachtens artikel 3 opgerichte fondsen.
2. Voor in een van de betrokken Lid-Staten geregistreerde vaartuigen wordt de bijdrage gestort in het fonds van de Lid-Staat waarin het vaartuig is geregistreerd. Voor niet-geregistreerde vaartuigen die worden geëxploiteerd door een in een van de betrokken Lid-Staten gevestigde onderneming, wordt de bijdrage gestort in het fonds van de Lid-Staat waarin de onderneming is gevestigd.
3. Voor in een andere Lid-Staat geregistreerde vaartuigen en voor niet-geregistreerde vaartuigen die worden geëxploiteerd door een in een andere Lid-Staat gevestigde onderneming, wordt de bijdrage gestort in één van de in de betrokken Lid-Staten opgerichte fondsen, naar keuze van de eigenaar van het vaartuig.
Zodra deze keuze is gemaakt, is zij onherroepelijk en geldt zij voor alle vaartuigen die aan dezelfde eigenaar toebehoren of door dezelfde onderneming worden geëxploiteerd.