Art. 3
1. Alle Lid-Staten waarvan de waterwegen in verbinding staan met die van een andere Lid-Staat en waarvan de vloot een tonnage heeft van meer dan 100 000 ton, hierna te noemen »de betrokken Lid-Staten", richten in het kader van hun nationale wetgeving en met hun eigen bestuurlijke middelen een sloopfonds op, hierna te noemen »het fonds". 2. Elk fonds wordt beheerd door de bevoegde autoriteiten van de betrokken Lid-Staat. Deze betrekt zijn nationale representatieve organisaties voor de binnenvaart bij dit beheer.
3. Voor elk fonds moet worden voorzien in twee afzonderlijke rekeningen, een voor droge-ladingschepen en duwboten en een voor tankschepen.