Art. 9 Verordening (EEG) nr. 1546/88
1. In het kader van de toepassing van formule B wordt de referentiehoeveelheid van de koper met name aangepast om rekening te houden met:
a) extra hoeveelheden die aan de producenten zijn toegewezen op grond van de artikelen 3 en 4 van Verordening (EEG) nr. 857/84;
b) hoeveelheden die zijn toegewezen overeenkomstig artikel 5, lid 5, van deze verordening;
c) overgedragen hoeveelheden als bedoeld in artikel 7 van deze verordening;
d) gevallen van substitutie als bedoeld in artikel 7, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 857/84, met inbegrip van de overgang van producenten van een koper naar een andere koper.
2. Als heffingplichtigen in het kader van de toepassing van de formules A en B na het begin van de referentieperiode met levering zijn begonnen, kunnen de Lid-Staten hun een referentiehoeveelheid toewijzen volgens soortgelijke regelingen als aangegeven in artikel 5, lid 4, onder b).