Art. 12 Verordening (EEG) nr. 1546/88

Verordening (EEG) nr. 1546/88

1. De kenmerken van melk die als representatief worden beschouwd in de zin van artikel 11, onder c), van Verordening (EEG) nr. 857/84, zijn die welke zijn geconstateerd voor de in de tweede periode van de toepassing van de regeling inzake de extra heffing geleverde of gekochte melk. Bij toepassing van formule B wordt het voor de koper als representatief beschouwde vetgehalte aangepast, ten einde rekening te houden met vertrekkende of erbij komende producenten.

Voor producenten of kopers

- voor wie, wat de in de eerste alinea bedoelde periode betreft, de hoeveelheid melk op grond waarvan de heffing wordt berekend, als gevolg van de stijging van het vetgehalte van de geleverde of gekochte melk is verhoogd, is het als representatief voor de geleverde of gekochte melk beschouwde vetgehalte evenwel het gemiddelde gehalte dat in het kalenderjaar 1983 is geconstateerd;

- wier levering of aankoop van melk tijdens de in de voorgaande alinea bedoelde periode onderbroken is geweest of in wier geval het vetgehalte van de melk die tijdens de in de voorgaande alinea bedoelde periode is geleverd of gekocht, is gedaald, kan de Lid-Staat, op verzoek van de belanghebbende, besluiten dat het vetgehalte dat als representatief wordt beschouwd, het gemiddelde gehalte is dat in de eerste periode van toepassing van de regeling inzake de extra heffing is geconstateerd. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de maatregelen die zij voor de toepassing van bovenbedoelde bepalingen nemen;

- die met de levering of de aankoop van melk voor de eerste maal zijn begonnen na het begin van de tweede periode van de toepassing van de regeling inzake de extra heffing, is het als representatief voor de geleverde of gekochte melk beschouwde vetgehalte het gemiddelde gehalte dat in de eerste twaalf maanden van hun activiteit is geconstateerd.

Bij toepassing van formule B geldt het bepaalde in het tweede en het derde streepje van de tweede alinea voor de producenten. Wanneer het als representatief voor de producent beschouwde vetgehalte aldus wordt gewijzigd, wordt het als representatief voor de koper beschouwde vetgehalte dienovereenkomstig aangepast.

2. Indien bij de eindafrekening die overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 857/84 voor iedere producent of koper wordt opgesteld, blijkt dat het vetgehalte van de in de betrokken periode geleverde of gekochte melk gemiddeld een positief verschil te zien geeft ten opzichte van het in de in lid 1 bedoelde periode geconstateerde gemiddelde gehalte, wordt de hoeveelheid melk op grond waarvan de heffing wordt berekend verhoogd met 0,18 % per 0,1 gram extra vet per kilogram melk.

Wanneer de hoeveelheid melk die voor de berekening van de heffing dient, in liter is uitgedrukt, wordt op de verhoging met 0,18 % per 0,1 gram extra vet de coëfficiënt 0,971 toegepast.

3. Voor de toepassing van lid 2 op de melk die tijdens de derde periode van de toepassing van de regeling inzake de extra heffing is geleverd of gekocht, wordt deze periode verdeeld in twee perioden van zes maanden:

- het gemiddelde vetgehalte van de in de eerste periode van zes maanden geleverde of gekochte melk wordt vergeleken met het gemiddelde gehalte dat is geconstateerd in de eerste periode van zes maanden van de tweede periode van de toepassing van de regeling inzake de extra heffing;

- het gemiddelde vetgehalte van de in de tweede periode van zes maanden geleverde of gekochte melk wordt vergeleken met het gemiddelde gehalte dat is geconstateerd in de tweede periode van zes maanden van de tweede periode van de toepassing van de regeling inzake de extra heffing of, in geval van toepassing van lid 1, tweede alinea, van het kalenderjaar 1983.

Wanneer de som van de door een producent of koper gedurende de beide perioden van zes maanden geleverde of gekochte melk, verhoogd op grond van het bepaalde in de eerste alinea, hoger is dan de hoeveelheid die zou voortvloeien uit de toepassing van lid 2 voor de gehele derde periode, kan de Lid-Staat besluiten dat in dat geval het bepaalde in lid 2 met ingang van 1 april 1986 van toepassing is.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen