Art. 16 Verordening (EEG) nr. 1546/88

Verordening (EEG) nr. 1546/88

1. Iedere in artikel 5 quater, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde producent van melk en zuivelprodukten zendt binnen twee maanden na afloop van de betrokken periode van twaalf maanden aan de door de Lid-Staat aangewezen bevoegde instantie een verklaring toe, waarin de tijdens de betrokken periode en, op verzoek van de bevoegde instantie, tijdens het referentiekalenderjaar verkochte hoeveelheden melk en zuivelprodukten worden vermeld.

Deze verklaring betreft ook de verkoop van op de boerderij vervaardigde zuivelprodukten aan groothandelaars, aan affineurs of aan kleinhandelaars.

2. Alle in lid 1 bedoelde producenten maken binnen drie maanden na afloop van de betrokken periode van twaalf maanden het eventueel verschuldigde bedrag aan de bevoegde instantie over.

3. In afwijking van lid 2 kunnen de Lid-Staten bepalen dat de bevoegde instantie de betrokkene in kennis stelt van het eventueel verschuldigde bedrag van de heffing en dat zij dat bedrag binnen een termijn van vier maanden na het verstrijken van de betrokken periode int.

Voor de eerste periode van twaalf maanden wordt de in lid 2 genoemde termijn evenwel tot en met 15 november 1985 verlengd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen