Art. 18 Verordening (EEG) nr. 1546/88
In afwijking van artikel 15 worden, onderscheidenlijk wordt,
a) voor de tweede periode van twaalf maanden:
- de Lid-Staten voor de op grond van artikel 3, lid 3, van Richtlijn 75/268/EEG aangewezen bergstreken en, bij toepassing van formule A, ten aanzien van de producenten wier referentiehoeveelheid niet meer dan 20 000 kilogram bedraagt,
- Griekenland voor zijn gehele grondgebied en
- Italië voor de gebieden die in de bijlage bij Beschikking 77/711/EEG zijn vermeld,
gemachtigd om binnen 60 dagen na afloop van de betrokken periode van twaalf maanden de in artikel 15, lid 2, bedoelde verklaring te doen indienen.
Bij toepassing van formule B geldt deze machtiging voor elke koper van melk die in de in de eerste alinea bedoelde gebieden ten minste 60 % van zijn melk ophaalt;
b) voor de periode van twaalf maanden die op 1 april 1986, onderscheidenlijk op 1 april 1987 begint, Spanje gemachtigd om voor de op grond van artikel 3, lid 3, van Richtlijn 75/268/EEG aangewezen bergstreken, voor het in de bijlage bij Beschikking 77/711/EEG vermelde gebied en, bij toepassing van formule A, ten aanzien van de producenten wier referentiehoeveelheid niet meer dan 20 000 kilogram bedraagt, binnen 60 dagen na afloop van de betrokken periode van twaalf maanden de in artikel 15, lid 2, bedoelde verklaring te doen indienen. Bij toepassing van formule B geldt deze machtiging voor elke koper van melk die in de in de eerste alinea bedoelde gebieden ten minste 60 % van zijn melk ophaalt.