Art. 15 Verordening (EEG) nr. 1546/88
1. Binnen 45 dagen na afloop van het eerste halfjaar zenden de kopers de bevoegde instantie een verklaring toe waarin het volgende wordt vermeld:
- bij toepassing van formule A, voor elke betrokken producent, de in het eerste halfjaar geleverde hoeveelheden melk of melkequivalent; in deze verklaring moet voor elke producent ook worden vermeld welk percentage van zijn jaarlijkse referentiehoeveelheid zijn leveranties in het eerste halfjaar uitmaken;
- bij toepassing van formule B, voor alle producenten samen, de in het eerste halfjaar gekochte hoeveelheden melk of melkequivalent; in deze verklaring moet ook worden vermeld welk percentage van de jaarlijkse referentiehoeveelheid van de koper de aankopen in het eerste halfjaar uitmaken.
2. Binnen 45 dagen na afloop van elke periode van twaalf maanden zenden de kopers de bevoegde instantie een verklaring toe waarin het volgende wordt vermeld:
- bij toepassing van formule A, voor elke betrokken producent afzonderlijk, de hoeveelheden melk of melkequivalent:
- die in totaal in de betrokken periode van twaalf maanden zijn geleverd,
- waarmee, in voorkomend geval, de jaarlijkse referentiehoeveelheid van de betrokken producent wordt overschreden;
- bij toepassing van formule B, voor alle producenten afzonderlijk, de hoeveelheden melk of melkequivalent:
- die in totaal in de betrokken periode van twaalf maanden zijn gekocht,
- waarmee, in voorkomend geval, de jaarlijkse referentiehoeveelheid van de betrokken koper wordt overschreden.
3. In het kader van formule A worden evenwel bij toepassing van artikel 12, onder c), tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 857/84 de in de leden 1 en 2 bedoelde verklaringen door de producentengroeperingen en unies daarvan aan de bevoegde instantie toegezonden.
4. De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde kopers moeten het bedrag van de eventueel verschuldigde heffing binnen drie maanden na afloop van elke periode van twaalf maanden aan de bevoegde instantie overmaken.
In het geval bedoeld in lid 3 wordt het bedrag binnen dezelfde termijn van drie maanden door de producentengroeperingen en unies daarvan overgemaakt.
5. De Lid-Staten kunnen bepalen dat de in lid 2 bedoelde tweede verklaring en de in lid 4 bedoelde betaling op dezelfde datum worden ingediend, onderscheidenlijk verricht, zonder dat daarbij de in lid 4 bedoelde termijn van drie maanden mag worden overschreden.
6. Voor de eerste periode van twaalf maanden worden de in de leden 2 en 3 bedoelde verklaringen en de in lid 4 bedoelde betaling uiterlijk op 15 november 1985 ingediend, onderscheidenlijk verricht.
Voor het eerste halfjaar van de tweede periode van twaalf maanden wordt de in lid 1 bedoelde verklaring uiterlijk binnen 90 dagen na afloop van het betrokken halfjaar ingediend.