Art. 19 Verordening (EEG) nr. 1546/88
1. De Lid-Staten nemen de nodige aanvullende maatregelen om:
a) ervoor te zorgen dat de heffing wordt geïnd, en met name de controlemaatregelen en de maatregelen om te garanderen dat de betrokkenen op de hoogte worden gesteld van de strafrechtelijke maatregelen of van de bestuursrechtelijke sancties die bij overtreding van deze verordening tegen hen kunnen worden getroffen;
b) de volledige of gedeeltelijke beëindiging van de melkproduktie overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 857/84 te regelen en te controleren, ingeval deze bepaling wordt toegepast.
2. De Lid-Staten stellen de Commissie vóór 1 oktober 1984 in kennis van de in lid 1 bedoelde maatregelen. De eventuele wijzigingen op deze maatregelen, met inbegrip van die met betrekking tot het gedeeltelijk staken van de melkproduktie, worden de Commissie in de maand volgende op die van de goedkeuring ervan medegedeeld.
3. De Lid-Staten delen de Commissie mede:
- aan het einde van elke periode van twaalf maanden: de gevallen van toepassing van artikel 6 bis van Verordening (EEG) nr. 857/84, de lijst van producentengroeperingen en unies daarvan en/of de lijst van aankopersgroeperingen als bedoeld in artikel 12, met name onder c), tweede alinea, en onder e), van genoemde verordening;
- vóór 1 januari van de betrokken periode van twaalf maanden: of zij voornemens zijn van de in artikel 9, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 857/84 bedoelde machtiging gebruik te maken, en voor de eerste periode van twaalf maanden vóór 1 november 1985;
- aan het einde van elke betrokken periode van twaalf maanden: alle dienstige inlichtingen over de tenuitvoerlegging van de in het tweede streepje bedoelde bepaling, en voor de eerste periode van twaalf maanden vóór 1 februari 1986;
- binnen drie maanden na afloop van elke periode: de in artikel 15, leden 1 en 2, bedoelde gegevens;
- de berekeningswijze en de uitkomst van de berekening voor de in artikel 13, punt 1, tweede streepje, bedoelde verlaging.